Veilig rijden met de auto

Met defensief of verantwoord rijgedrag bescherm je jezelf en anderen in het verkeer. Onaangepast rijgedrag is immers verantwoordelijk voor meer dan 80 % van alle auto-ongevallen.  Want ook al is de verkeersveiligheid er in België de voorbije dertig jaar enorm op vooruitgegaan, elk slachtoffer blijft er een te veel.

Basis

Wat betekent "defensief autorijden"?

Pas je snelheid aan

Eén ongeval op drie heeft rechtstreeks te maken met onaangepaste snelheid. Nog eens één op drie onrechtstreeks.

De snelheid bepaalt ook de ernst van het ongeval: hoe sneller je rijdt, des te zwaarder de klap en de gevolgen ervan. Pas dus altijd je snelheid aan de drukte en andere omstandigheden aan. 

Te hoge snelheid werkt een botsing of ontsporing in de hand:

  • Je hebt niet genoeg tijd om te reageren op een onverwachte gebeurtenis.
  • Je stop- en remafstand worden langer. Gemiddeld duurt het al één seconde voor je reageert en op de rem trapt. Bij een snelheid van 50 km/u leg je 14 m af voor je remt en nog eens 12 m voor je gestopt bent, tegen 90 km/u is dat 25 m plus 39 m en tegen 140 km/u 39 m plus 95 m!
  • Je gezichtsveld wordt smaller: je ziet alleen nog wat zich vlak voor je afspeelt en niet meer wat op het andere wegvak en op het fiets- of voetpad gebeurt.  

Houd afstand

Dat geeft je tijd om te reageren als er iets gebeurt. Zit je te dicht, dan loop je veel risico tegen je voorligger aan te knallen. Het ligt voor de hand, maar er wordt vaak tegen gezondigd.

Vuistregel
  • houd twee seconden afstand tot je voorligger op een droog wegdek
  • houd drie seconden afstand op een nat wegdek, want de remafstand is langer. 
Trucje

Kies een stilstaand voorwerp voor je, bijvoorbeeld een boom of een verkeersbord. Op het moment dat je voorganger het voorbijrijdt, tel je tot twee door luidop te zeggen: “duizend-en-een, duizend-en-twee”. Bij nat weer tel je tot drie. Ben je nog niet uitgeteld wanneer je het zelf voorbijrijdt, dan rijd je te dicht. 

Denk vooruit

Probeer te voorzien hoe situaties kunnen evolueren. Bijvoorbeeld, kinderen kunnen heel impulsief reageren. Zie je kinderen langs de weg lopen, vertraag dan alvast een beetje, haal je voet van het gaspedaal en houd hem gereed boven het rempedaal. Dan sta je meteen op de rem als een kind plots de straat oploopt. Doe hetzelfde als je personen met een handicap of senioren ziet. Ze zijn vaak niet zo snel en vast te been als de gemiddelde voetganger. Iemand die zwalpend rijdt, kan dronken zijn. Houd dan voldoende afstand.

Houd rekening met fouten van anderen en wind je daar niet over op. Iedereen doet wel eens iets verkeerd (zeker als het druk is) of vertraagt omdat hij op zoek is naar iets. 

Risico's

Wie heeft de meeste ongevallen?

Jonge mannen van 18 tot 24 jaar zijn sterk oververtegenwoordigd in de ongevallenstatistieken door een combinatie van factoren:

  • Onervarenheid. Pas twee jaar na het behalen van je rijbewijs heb je genoeg rijervaring om in alle omstandigheden veilig te rijden. Ervoor heb je nog niet alle automatismen verworven en moet je er nog te veel bij nadenken.
  • Overmoed. Ze denken dat ze veel beter kunnen rijden dan het geval is.
  • Waaghalzerij. Ze voelen een grote drang om risico’s te nemen en schatten die risico’s totaal verkeerd in.

Jonge vrouwen zijn veel minder vertegenwoordigd. Ze zijn ook nog onervaren, maar rijden veel voorzichtiger. 

Wanneer gebeuren de meeste ongevallen?

  • Wanneer de zon schijnt! Op de eerste mooie lentedagen en verlengde weekends zijn er meer en ernstiger ongevallen. Waarschijnlijk krijgen we met zijn allen het zot in de kop: het mooie weer maakt ons uitgelaten, we rijden nonchalanter en nemen meer risico’s.
  • Bij regenweer en/of slechte zichtbaarheid moet je extra voorzichtig zijn. Je gezichtsvermogen is je belangrijkste en bijna enige bruikbare zintuig in de auto. Regen verlengt bovendien de remafstand.
  • ’s Nachts gebeuren minder maar ernstigere ongevallen omdat men dan sneller rijdt.
  • Weekendnachten onderscheiden zich wel door veel meer letselongevallen (8% van het totale aantal letselongevallen) dan weeknachten (5%).
  • Bij ijzel en sneeuw gebeuren er minder ongevallen, want dan rijdt iedereen trager. Gebeurt er toch een, dan blijft het bij blikschade. 

Waar?

Op autosnelwegen gebeuren statistisch het minste aantal ongevallen, maar door de hoge snelheid zijn ze wel ernstig. In 2015 was de ernst van ongevallen buiten de bebouwde kom (en niet op een autosnelweg) even hoog.

 
 

Veiligheid

​Beter niet bellen

Rijden met de GSM in de hand verhoogt je risico op een ongeval. Zelfs handenvrij bellen verhoogt je risico nog altijd.

Wanneer je telefoneert, ben je geneigd om je volledig op je gesprek te concentreren. Je bent minder gefocust op het verkeer, vertraagt plots, wijkt af van je traject, vergeet soms voorrang te geven, en merkt kwetsbare weggebruikers of verkeersborden te weinig op.

Telefoneren is niet hetzelfde als praten met een passagier. Je passagier beleeft de verkeerssituatie mee en zwijgt misschien spontaan als het verkeer druk wordt. Je kunt hem ook gemakkelijker vragen om even stil te zijn. 

Tips
  • Zet je GSM uit en laat berichten binnenkomen op je mailbox.
  • Parkeer om te bellen en/of je mailbox te beluisteren. 

Moet je toch bellen, doe het dan handenvrij en let op volgende tips.

  • Doe tijdens het rijden alleen dringende en korte oproepen.
  • Waarschuw je gesprekspersoon dat je aan het stuur zit.
  • Houd geen ingewikkelde, lange of emotionele gesprekken.
  • Voer geen moeilijke manoeuvres uit. Rijd extra voorzichtig.

Let op voor de dode hoek

Vooral kleine auto’s kunnen zelf in de dode hoek van een vrachtwagen zitten. Vuistregel: als jij de bestuurder van de vrachtwagen in zijn spiegel kunt zien, dan kan hij jou ook zien. 

Ook personenwagens hebben dode hoeken, zij het in veel mindere mate dan vrachtwagens. Links achter je auto kan zich bijvoorbeeld een fietser of voetganger bevinden, zonder dat je hem ziet in de spiegel. 

Vuistregels:
  • Voor je naar links uitwijkt of afslaat: kijk over je linkerschouder en niet alleen in je achteruitkijkspiegel.
  • Voor je naar rechts uitwijkt of afslaat: kijk over je rechterschouder en niet alleen in je achteruitkijkspiegel.

Draag altijd je veiligheidsgordel

De gordel beschermt zowel voorin als achterin tegen zware verwondingen. Voorin voorkomt hij dat je met je hoofd tegen de voorkant van de wagen wordt gesmakt en hersenletsel oploopt. Achterin dat de achterste passagiers tegen de voorste geslingerd worden.

Je gordel beschermt je het meest als je traag rijdt, tot 100 km/u. Zonder gordel loop je zelfs bij een aanrijding tegen twintig km/u een groot risico. Ook een botsing tegen lage snelheid oefent immers enorme krachten uit op de inzittenden: tegen 50 km/u verandert iemand van 75 kg in een massa van meer dan 2,5 ton!

Ook voor korte ritjes moet je jezelf vastklikken. Tien korte ritten leveren statistisch evenveel risico op als één lange.

Zo zit je gordel goed:

  • De bovenste riem loopt over de schouder, niet te dicht bij de hals.
  • De onderste riem loopt over de bovenkant van de dijen en rust op de heupbeenderen. Ben je zwanger, dan zit de onderste gordel onder je buik.
  • De riem moet strak zitten, zodat je tegen de zetel aangedrukt blijft bij hevige schokken. 

Kinderen in een aangepast autozitje

Alle kinderen tot 1,35 m lengte moeten in een zitje vervoerd worden dat aangepast is aan hun grootte en gewicht. Veel ouders kopen een zitje voor hun baby, maar vervangen dat later niet meer door een stoel of verhogingskussen. Nochtans zijn alle andere “oplossingen” levensgevaarlijk tijdens een ongeval:

  • Een kind dat los zit of staat, vliegt als een projectiel door de auto, zelfs bij lage snelheid. Wordt het uit de auto geslingerd, dan heeft het erg weinig overlevingskans.
  • Als je een te klein kind zonder aangepast zitje vastklikt, snijdt de gordel in de hals of in de buik.
  • Als je het in je armen houdt, wordt het losgerukt.
  • Als je de gordel rond jullie beiden vastklikt, kan het geplet worden tussen jouw lichaam en de gordel. 
Tips
  • Een babyzitje staat altijd tegen de rijrichting in, om een levensgevaarlijke whiplash bij de baby te voorkomen.
  • Plaats zo’n babyzitje nooit vooraan op een passagiersstoel die voorzien is van een airbag. Wanneer het kind tegen de rijrichting in zit, kan de klap van de airbag voor hem dodelijk zijn. Als je de airbag ontkoppelt, mag het kindje wel vooraan in het babyzitje.
  • Gebruik een babyzitje tot het kind 13 kg weegt of zijn hoofdje boven de rand van het zitje uitsteekt.
  • Oudere kinderen mogen in een kinderzitje in de rijrichting. Gebruik een kinderzitje tot het kind 18 kg weegt of zijn hoofd over de rand uitsteekt.
  • Voor nog oudere kinderen heb je een verhogingskussen nodig. Liefst tot ze 1,50 m lang zijn.
  • De veiligste plaats voor je kind is achteraan in het midden. Dan zit het het verst van alle mogelijke impactplekken.
  • De veiligheidsgordel moet goed aanspannen rond het zitje en mag niet gedraaid zijn. Hetzelfde geldt voor de riemen van het zitje om het kind. Oefen vooraf het aanspannen en sluiten zonder dat het kind in het zitje zit. Dat voorkomt stress en hevig protest. 

Liefst geen alcohol

Alcohol speelt een rol in vele dodelijke ongevallen.
Drink liefst helemaal geen alcohol voor je gaat rijden. Eén pintje heeft al invloed op je reactievermogen en rijstijl. Je rijdt uitbundiger en neemt iets meer risico’s. Hoe meer je drinkt hoe slechter je rijvaardigheid, maar hoe minder je dat beseft.
Je weet nooit precies of je onder 0,5 promille zit door het aantal glazen te tellen. Dat hangt af van heel veel persoonlijke en toevallige factoren, zoals je gezondheidstoestand, fitheid of vermoeidheid, je gewicht of wanneer je voor het laatst gegeten hebt.
Koffie drinken of een luchtje scheppen, ontnuchtert niet. 

Gebruik geen drugs

Rijden onder invloed van drugs vergroot je risico sterk op een ernstig ongeval. Als je drugs combineert met alcohol wordt het risico nog groteer. Dat geldt voor alle drugs.

Dit doen drugs met je:

  • Cannabis: je coördinatie, waarneming en oplettendheid gaan achteruit. Je kunt moeilijker in een recht lijn rijden.
  • Amfetamines en cocaïne: je wordt euforisch en overschat jezelf, waardoor je onverantwoorde risico’s neemt. Is de roes uitgewerkt, dan kun je achter het stuur in slaap vallen.
  • Heroïne, morfine en verdovende middelen: je hebt moeite om je te concentreren, je reageert trager en wordt onverschillig voor wat rond je gebeurt. Je pupillen vernauwen, waardoor je minder goed ziet in het donker.
  • LSD en paddo’s: door hallucinaties verlies je het contact met de echte wereld. Je hebt geen controle over jezelf, kunt angstaanvallen krijgen en aan achtervolgingswaanzin lijden. 
Tips
  • Vraag een lift, neem het openbaar vervoer of een taxi als je onder invloed bent.
  • Als je eerst je roes uitslaapt, is de drug daarna niet altijd uitgewerkt. 

Voorzichtig met geneesmiddelen

Veel geneesmiddelen hebben neveneffecten die je rijcapaciteit nadelig kunnen beïnvloeden. Daardoor loop je twee tot tien keer meer risico op een verkeersongeval. Als je verschillende geneesmiddelen combineert, dan kunnen de risico's nog vele malen hoger zijn.
Ze kunnen je suf, slaperig, duizelig of misselijk maken, je waarnemings- en inschattingsvermogen verstoren of je gezichtsvermogen aantasten. Hoe lang de neveneffecten duren, hangt af van veel factoren.
Er zitten heel courante geneesmiddelen tussen. Het gaat om hoestsiropen, pijnstillers, oogdruppels- en zalven, middelen tegen allergieën, suikerziekte of hoge bloeddruk, kalmeer- en slaapmiddelen, medicatie tegen psychische en neurologische problemen, stimulerende middelen en eetlustremmers. Ook middelen die zonder voorschrift verkrijgbaar zijn, kunnen gevaarlijk zijn. 

Tips
  • Lees altijd de bijsluiter. Niet alle geneesmiddelen met dezelfde therapeutische werking zijn slecht voor de rijvaardigheid. Als het wel zo is, staat het duidelijk vermeld.
  • Vraag raad aan je dokter of apotheker, als je niet weet welke dosis veilig is.
  • Neem ze vlak voor het slapengaan in als dat kan, maar zeker niet net voor je gaat rijden.
  • Wees in het begin van de behandeling en als je verschillende middelen combineert extra voorzichtig.
  • Drink geen alcohol, want die combinatie versterkt de negatieve effecten.
  • Stop bij het minste ongewenste effect met rijden.
  • Maak geen lange ritten.
  • Vermijd nachtritten.
  • Koffie haalt niets uit. 
 

Lange ritten

​Ga je met de auto op vakantie of ben je vaak onderweg? Hou dan hiermee rekening.

Vermoeidheid is verantwoordelijk voor vele ongevallen, en zeker op de autosnelweg.
Door vermoeidheid reageer je trager, schat je verkeerssituaties slechter in en word je onoplettender. Zeventien uren zonder slaap hebben hetzelfde effect als 0,5 promille alcohol in het bloed.

Tips

  • Vertrek uitgerust en zeker niet na een te korte nacht.
  • Van 13 u tot 15 u en van 2 u tot 5 u zijn we het minst alert. Rijd dan liever niet, maar rust of slaap.
  • Plan een overnachting onderweg als het niet haalbaar is in één dag.
  • Maak er geen race tegen de tijd van.
  • Eet licht en drink veel water.
  • Drink geen alcohol, ook niet bij het eten.
  • Pauzeer om de twee uur. Hoe langer je onderweg bent, des te minder waakzaam je wordt.
  • Beperk een dutje tot twintig minuten.
  • Laat een passagier naast je zitten die je in de gaten kan houden.
  • Wissel het rijden af met een passagier.
  • Laat alle slapers achterin zitten.  

Als je in slaap valt achter het stuur, zijn de gevolgen meestal heel erg. Als dat dreigt te gebeuren, moet je zo snel mogelijk stoppen en rusten. 

Alarmsignalen:

  • knikkebollen
  • voortdurend geeuwen
  • zware oogleden en prikkende ogen
  • moeite om een constante snelheid aan te houden
  • concentratiestoornissen
  • onsamenhangende gedachten
  • geen aandacht meer voor de verkeerssignalisatie
  • herhaaldelijk je gezicht aanraken
 

Etiquette

​Weersta aan de omgevingsdruk

Het is niet altijd gemakkelijk om je strikt aan de verkeersregels te houden. Als degenen voor, naast en achter je de maximumsnelheid aan hun laars lappen, kun jij zelfs een extra risico lopen als je niet ook versnelt. 

Tip

Een bumperklever? Ga zelf niet sneller rijden. Vertraag langzaam en neem afstand tot je voorligger. Dan heb je een grotere veiligheidsafstand, mocht er iets gebeuren. Met een beetje geluk kan de achterligger je voorbijsteken en ben je er van af. 

Vermijd verkeersagressie

Vooral in de grote agglomeraties, op heel drukke wegen en momenten ontstaat verkeersagressie. Misverstanden spelen vaak een rol. Het verkeer is een groepsgebeuren: we zijn met zijn allen onderweg en moeten met elkaar rekening houden, maar er is onderling heel weinig communicatie mogelijk. Daardoor interpreteer je acties van anderen sneller verkeerd en reageer je anders dan wanneer je wel met elkaar kunt praten. Het lijkt sneller alsof iemand je doelbewust de pas afsnijdt of wil pesten. Misschien had die ander je echt niet opgemerkt. Hij kan zich bovendien niet excuseren. 

Tips
  • Reageer niet op een agressieve bestuurder, om escalatie te voorkomen.
  • Zoek een veilige uitwijkplaats, zet je aan de kant, rijd naar een buurt die je kent, of beter nog: naar het politiebureau. 

Veilig instappen

  • Stap in met je gezicht naar het aankomende verkeer. Zo merk je snelle wagens op tijd op.
  • Kinderen laat je altijd langs de stoepkant uitstappen. Zo sta je veilig voor het aankomend verkeer.

  • Stel je spiegels correct af.
  • Stel je zetel goed af: zo recht mogelijk, dan is de hoofdsteun dicht genoeg om je te beschermen tegen een whiplash. Het hoogste punt moet ter hoogte van je kruin komen.
  • Je armen zijn lich tgebogen, beide handen rusten op het stuur in de positie tien voor twee. 

Voor je uitstapt

Kijk achterom om te zien of er fietsers of andere auto’s aankomen. Doe dat ook als passagier. 

Wat zegt de wet?

Volgens de wegcode moet je alles doen wat je kunt om een ongeval te voorkomen. Je moet altijd voorzichtig zijn. Ook al heb je bijvoorbeeld voorrang van rechts, toch mag je die voorrang nooit afdwingen of tè vanzelfsprekend vinden. Neem jij je voorrang zonder dat het duidelijk genoeg is dat de ander je voorrang verleent en komen er brokken van, dan kan de rechter beslissen dat je onvoldoende voorzichtig was. 

 

Verschenen op 12 juli 2013 en aangepast op 21 maart 2017 met medewerking van Stef Willems van het Belgisch Instituut voor Verkeersveiligheid

Gun jezelf een goed leven!

In onze Well2DAY-centra kan je terecht bij verschillende professionals die je op weg helpen naar een kwaliteitsvol en gezond leven.

Contacteer ons

Well2DAY vzw

03 285 43 53