Drugsgebruik voorkomen

​Er zijn serieuze risico’s verbonden aan druggebruik en deze risico’s vergroten naarmate de gebruiker jonger is.
Als ouder wil je dat gevaar vermijden, maar hoe? Je kan een strategie voorbereiden, praten over drugs met jongeren en een preventief klimaat creëren.

 

​1. Preventiestrategie

Als je een bepaald gedrag bij jongeren wil voorkomen, moet je goed weten wat je wil vermijden. Zo zijn er ouders die vooral bang zijn dat hun kind verslaafd zou geraken. Ze vragen dan dat de school een drugsverslaafde voor de klas haalt, zodat de kinderen afgeschrikt raken door zijn tragische verhaal. Maar voor jongeren is dat vaak zo ver van hun realiteit, dat ze daardoor een hasjiesj sigaret niet zullen weigeren. Bij een pintje denk je toch ook niet aan alcoholisme?

Preventie moet aangepast zijn aan de leeftijd en leefwereld van de betrokkene, en moet haalbare doelen stellen. Een doel is bijvoorbeeld de beginleeftijd van genotsmiddelengebruik omhoog krijgen. Zeker onder de 18 jaar is experimenteren met drugs absoluut af te raden. Bij alcohol of tabak legt men de grens op 16 jaar.  Iets oudere jongeren staan meer op hun autonomie en laten zich niet meer zomaar controleren. Daar is problematiseren van drugs meer aangewezen (zie verder).

Wanneer jongeren een grote zelfstandigheid hebben en zelf beslissen, moeten ze leren om ‘autonomie’ te bewaren over de consumptie van genotsmiddelen. De wijze waarop vind je in het stukje over praten. Er is dus een periode van ‘verbieden’, één van ‘problematiseren’ en één van ‘bevragen’.

2. Preventie begint met praten

Hoe praat je over drugs? Eigenlijk weet je er zelf weinig over, maar dat mag je niet beletten om er over te praten. Je kan altijd vragen stellen. Laat hen maar uitleg geven, dat helpt hen erover na te denken en een standpunt te bepalen. Het is nuttig om er leeftijdsgenoten bij te betrekken. Zo kunnen ze van mening verschillen en kunnen ze hun visie aan die van elkaar aftoetsen.

Als ouder stel je kritische vragen en geef je opdracht hun beweringen met feiten te staven. Laat ze maar op zoek gaan naar info op internet of bij preventiediensten, zoals VAD of Jongeren Adviescentra.

Denken dat je er te weinig van af weet is geen excuus om een gesprek uit de weg te gaan. En kansen om met jongeren over ‘drugs’ te praten krijg je genoeg, want minstens wekelijks komt daarover iets in de media.

Je zal op een punt komen dat je grondig van mening verschilt over drugsgebruik.  Aanvaard dat er een meningsverschil kan zijn, ook al legt je kind zich neer bij een verbod. Zit je in de fase van het problematiseren, dan is het bij meningsverschillen nuttig om te luisteren naar de bedoeling van de jongere. Waarom wil hij gebruiken, wat zijn haar of zijn goede redenen om dat toch te doen? Ze vinden de roes lekker, of hebben nood aan de vriendschap van andere jongeren die al eens gebruiken.

Ook al zijn er bij jongeren redenen genoeg waar je als volwassene absoluut niet kan inkomen, toch is het nodig dat je hoort wat de ander drijft en dat het voor hen wel goede redenen zijn. Dan pas zal de jongere kunnen stilstaan bij jouw goede redenen om tegen drugsgebruik te zijn, en oor hebben naar jouw bezorgdheid over de risico’s. Probeer dit te bereiken in een fase waarin jongeren meer en meer zelf verantwoordelijkheid moeten opnemen voor hun gedrag.

Problematiseren van drugs

Drugsgebruik problematiseren betekent dat je het kinderen niet gemakkelijk maakt als ze toch zouden experimenteren op het moment dat ze een leeftijd hebben dat je ze, bij wijze van spreken, niet meer wil opsluiten.

Je kan duidelijk maken dat je drugsgebruik niet in jouw huis wilt. Je kan vragen stellen over de kostprijs en of dat uit het zakgeld moet worden betaald. Je moet ook vragen stellen over de verantwoordelijkheid die ze hebben ten aanzien van ‘vrienden’ bij wie ze het kopen of met wie ze samen gebruiken. En wijs hen op de wettelijke beperkingen.

Ga niet mee in de banalisering dat het allemaal geen kwaad kan. Aan elk drugsgebruik is er risico verbonden. Het problematiserende contact van drugsgebruikers met de jeugdrechter heeft er voor heel wat minderjarigen voor gezorgd dat een neerwaartse spiraal werd doorbroken. Al is opvoedingsondersteuning en preventie niet de eerste taak van het jeugdrecht.

Problematiseren helpt jongeren over hun gedrag na te denken en om minder risico te nemen.

3. Een gezonde omgeving creëren

De opvoedingscontext waarin jongeren vandaag opgroeien moet rekening houden met de mogelijkheid van drugsgebruik. Ouders moeten zich hiervan bewust zijn en hun ogen open houden. Bijvoorbeeld als jongeren plots meer geld nodig hebben en je ziet hun aankopen niet. Of als ze meer geld op zak hebben dan wat jij hen gaf, dan mag je wel eens aan drugs denken.

Het blijft belangrijk om over het uur van thuiskomst te onderhandelen, over de plaats waar en met wie men uitgaat, enz. En het is nuttig om te controleren of alles verloopt zoals afgesproken. Misschien moet je eens overleg plegen met andere ouders van het vriendenkringetje. Controle wordt best aangepast aan de leeftijd en het risico.

Kunnen urinecontroles helpen? Ze houden zelf ook risico’s in wanneer jongeren middelen gaan zoeken om het resultaat te vervalsen. Het vertrouwen zal er niet op verbeteren als je met je kind moet praten over zijn urinestaal. Wanneer een kind het vertrouwen terug wil herstellen na heel wat bedrog, dan kan een objectieve meting van sporen van drugsgebruik wel helpen, maar dit vraagt veel kennis van zaken.

In een preventief opvoedingsklimaat zijn ouders en kinderen competent om grenzen te trekken, ze te respecteren, erover te onderhandelen, en de problemen aan te pakken als ze zich stellen. Je geeft je kinderen vrijheid met de boodschap dat je ervan overtuigd bent dat ze die wel zullen aankunnen. Met een gevoel van competentie hebben kinderen voldoende zelfvertrouwen om riskante situaties in te schatten en eventueel hun gedrag te corrigeren als dat nodig blijkt. Als ouders over drugs communiceren alsof je op voorhand verloren bent wanneer je gebruikt, dan maken ze de drug te groot en de gebruiker te klein. Mensen zijn verantwoordelijk voor hun gedrag en zijn in staat om hun gedrag te beheersen.

In een gezond opvoedingsklimaat is verandering mogelijk. Jongeren kunnen dwepen met een bepaalde mode of ideologie, en kunnen die even snel terug verlaten. Hetzelfde geldt voor vriendenkringetjes of uitgangsmilieus. Door zich tot het ene of het andere te bekennen zoeken jongeren naar een eigen identiteit die ze opbouwen met stukjes uit hun ervaringen. Ze moeten kunnen veranderen en ouders kunnen daarvoor ruimte creëren door horizonten te verruimen of plannen niet te veel af te remmen. Zo gebeurt het vaak dat drugsgebruik beperkt blijft tot één bepaald uitgangsmilieu of vriendenkring. Zoals men uit een vriendenkring weggroeit, verlaat men ook het gebruik dat er bij hoorde.

Drugsgebruik houdt risico’s in. Drugs kunnen ernstige schade toebrengen aan het organisme door overdosering of omdat ze onzuiver geproduceerd worden. Ze kunnen oorzaak zijn van ongevallen, ze kunnen het functioneren op school of op het werk ernstig belemmeren en zijn dan oorzaak van veel tijdverlies. Men kan er verslaafd aan geraken. Bijna de helft van de 16-jarigen krijgt op de middelbare school toegang tot deze producten. Gemiddeld een kwart zal ze al eens gebruiken. En vijf procent zal ze regelmatig gebruiken of zelfs combineren over kortere of langere periode. Zij lopen het meeste risico, maar voor iedereen is preventie op zijn plaats. 


 

Verschenen op 5 september 2014 en herzien op 13 juni 2018 met medewerking van Paul Van Deun, klinisch psycholoog en verslavingstherapeut De Spiegel.

Contacteer ons

Algemene vragen en vragen over jouw ziekteverzekering