Afhankelijkheid en verslaving

​​Wat verslaving of afhankelijkheid betekenen, wordt niet altijd even goed begrepen. Dat leidt tot foute verwachtingen bij de (drugs)gebruiker en zijn omgeving ten aanzien van een behandeling.

 

Wat betekent ‘verslaving’?

Vandaag beschouwen we verslaving als een ziekte. Door veranderingen in de hersenen zijn verslaafden niet meer zo goed in staat om op een eenvoudige wijze het ‘innamegedrag’ onder controle te houden. Een verslaafde drinker heeft het erg moeilijk om na één glas alcohol al te stoppen. Een niet-verslaafde drinker heeft daar veel minder moeite mee. Hij kan zijn drinken  aanpassen aan de omstandigheden, ook al maakt hij soms inschattingsfouten en drinkt als hij met de auto gaat rijden.

Controleverlies

Men is in mindere of meerdere mate verslaafd naarmate men de controle over zijn gedrag verliest. Dat geldt zowel voor rokers, drinkers als voor gebruikers van illegale drugs of slaap- en kalmeermiddelen. Maar ook gokkers of internetgebruikers kunnen verslaafd raken. Men beseft dat men moet minderen of stoppen, maar het lukt niet.

Regelmatig gebruik van nicotine, alcohol of drugs verstoort de normale werking van de hersenen. Dat komt omdat deze stoffen sterk lijken op stoffen die in ons hoofd belangrijke zaken regelen: opwinding, het zich ‘goed voelen’, onderdrukking van pijn, concentratie, wakker blijven, enz. We noemen het daarom ook ‘genotsmiddelen’. Maar deze stoffen komen tussen in andere hersenprocessen, zoals het sturen van gedrag, het uitstellen, plannen, voor- en nadelen afwegen, tot actie overgaan, enz. Kortom, men heeft zijn gedrag niet meer zo sterk onder controle als iemand die nuchter is.

Andere mechanismen die tot controleverlies leiden, zijn beter gekend. Zo spreekt men van ‘gewenning’ als het effect van een dosis vermindert, waardoor men meer gaat gebruiken. Of van ‘ontwenningsverschijnselen’: het zich onwel voelen als de stof door het lichaam afgebroken is, wat aanzet om terug te gaan gebruiken (om de ontwenning tegen te gaan).

Psychologische factoren

Er zijn ook psychologische factoren die een krachtige rol spelen bij controleverlies: herinnering aan vroeger gebruik, bezig zien van andere gebruikers, op plaatsen komen die geassocieerd zijn met gebruik, enz. Ook al is men langere tijd gestopt met gebruik, een bepaalde confrontatie of gedachte kan ontwenningsverschijnselen doen ontstaan, waardoor de behoefte aan het product sterk toeneemt (craving). Herval is dan niet ver af.

Verslaving beperkt zich niet tot één product. Is men de controle kwijt over bijvoorbeeld cocaïne, dan is de kans groot dat ook alcohol een probleem vormt.

Controleverlies over het innamegedrag is hoe de verslavingsproblematiek zich nu toont. Maar het is even belangrijk om te kijken naar wat aan een verslaving vooraf is gegaan, en ook naar hoe de betrokkene met deze ‘handicap’ omgaat.

De functie van gebruik

Niet iedereen die drugs gebruikt of alcohol drinkt raakt eraan verslaafd. Heel wat mensen houden het gebruik beperkt of passen het aan de situatie aan. Anderen ervaren geen belemmeringen in hun drugs- of alcoholgebruik en kweken zo een gewoonte.

Men kan de versuffing van alcohol of van cannabis actief opzoeken omdat men zich een beetje dronken beter voelt dan nuchter. Het onder invloed zijn krijgt een bijzondere functie en is niet louter recreatief, maar het wordt geassocieerd met psychisch comfort. Dat stimuleert het gebruik of houdt het in stand. In therapie zal men moeten zoeken naar andere oplossingen voor het psychisch onwel voelen, wil men het middelengebruik terug onder controle krijgen.

Afscheid nemen van gebruik

Wanneer het drugsgebruik eenmaal de bovenhand heeft gehaald, zijn er ook mechanismen die een genezing tegenwerken. Verslaafd geraken gebeurt geleidelijk. Voor zichzelf heeft men lange tijd de indruk dat men nog kan stoppen wanneer het echt nodig zou zijn. Men sust zich met de gedachte dat men toch niet zo veel gebruikt of dat de gevolgen miniem zijn, dat er gevaarlijker producten zijn, en dat de voordelen opwegen tegen de nadelen. Met dergelijke gedachten negeert men de ernst van de situatie en kan men nog een tijdje doorgaan met gebruiken.

In een verder stadium beseft men dat het niet gemakkelijk zal zijn, misschien zelfs onmogelijk om het gebruik op te geven omdat men het al zo vaak geprobeerd heeft. Men accepteert zijn afhankelijkheid en probeert zijn leven in te richten met een verslaafd gebruik om te overleven. Dat resulteert in een zeer dubbelzinnige houding: de ene keer is men overtuigd dat er iets moet veranderen, de andere keer zal men - soms stiekem - verder doen.

De kern van een verslaving is het controleverlies over het innamegedrag als gevolg van de functie die het gebruik had in de beginfase. Het gebruik wordt geassocieerd met die functie en wordt in stand gehouden door de dubbelzinnige houding van de verslaafde, namelijk of stoppen wenselijk/haalbaar is.

Verslavingszorg

De behandeling van verslaving richt zich op mechanismen die verband houden met die drie fasen:

  • de motivatie en het geloof in succes om het gebruik terug te controleren,
  • hulpmiddelen aanbieden om die controle te verwerven
  • hulp en inzicht geven om mogelijke achterliggende problemen op te lossen.

Meestal begint verslavingszorg met het leggen van een vertrouwensband en het verzachten van de maatschappelijke gevolgen van een soms langdurige problematiek, met ernstige problemen op veel vlakken.

Het is mogelijk om het gebruik terug onder controle te krijgen, maar dit vraagt tijd en deskundige hulp. Herval in de oude gewoontes hoort bij het genezingsproces. Soms is de drang zo krachtig en is het nuchtere denken zo goed als uitgeschakeld, dat er geen rem staat op gebruik. Maar die blindheid blijft niet duren en de verslaafde kan leren om zich te herpakken.

Als we verslaving als een ziekte zien, dan is dat omdat er mechanismen in het spel zijn die de autonomie van het individu verminderen. De verslaafde blijft gehandicapt in zijn mogelijkheden om risicoloos drank of drugs te gebruiken. Maar het blijft zijn verantwoordelijkheid om met die handicap om te gaan, en daarbij kan hij door de gezondheidszorg worden geholpen.

Online hulpverlening vind je op deze websites:

 

Verschenen op 5 september 2014 en aangepast op 13 juni 2018 met medewerking van Paul Van Deun, klinisch psycholoog en verslavingstherapeut De Spiegel.

Contacteer ons

Algemene vragen en vragen over jouw ziekteverzekering