Positief denken

Niet wat met je gebeurt, bepaalt of je gelukkig bent. Wel wat je daarbij denkt. Je gedachten hebben een grote invloed op hoe je je voelt, ook je geluksgevoelens. Als je positief denkt, maak je meer aangename dingen mee en vallen de tegenslagen je minder hard.​

Wat

Positief denken is realistisch denken. Je erkent naast de mooie ook de minder mooie of zelfs negatieve dingen in het leven. Maar je gaat er anders mee om dan iemand met een negatieve levenshouding. Je ervaart net zo goed verdriet of spijt en krabbelt weer overeind bij tegenslagen. Positief denken is ook geen simplistische levenshouding, waarbij je al het donkere in je leven onder de mat veegt. Weinig dingen in het leven zijn immers alleen slecht. De meeste dagdagelijkse ervaringen zijn een mix van plus- en minpunten. Onze reacties op die dagelijkse gebeurtenissen bepalen hoe we ons het grootste deel van ons leven voelen, niet de uitschieters.

Je bent wat je denkt

Boeddha zei al: “We zijn wat we denken.”

Je geluks- of ongeluksgevoel wordt niet zozeer door de gebeurtenissen in je leven bepaald, maar wel door je interpretatie van die gebeurtenissen. Die interpretatie bepaalt welke gevoelens je bij een gebeurtenis ervaart. Op hun beurt zetten die gevoelens allerlei biochemische reacties in het lichaam in gang. Hoe je denkt, bepaalt zelfs een stukje je lichamelijke gezondheid, al moet je dat effect niet overdrijven.
Denken en voelen staan dus in nauw verband met elkaar. Alleen zijn we ons vaak niet helemaal bewust van wat we denken. Ongeveer tien procent van alles wat we zeggen en doen, doen we bewust. Negentig procent doen we op automatische piloot, vanuit ons onderbewuste. Vanuit patronen die er ooit om een reden ontstaan zijn en er ingesleten zijn, maar vandaag misschien geen bestaansrecht meer hebben.

Jouw interpretatie van de gebeurtenis bepaalt wat je daarbij voelt. Dat gaat  razendsnel.

Bijvoorbeeld:

Je laat tijdens het schoonmaken een vaas vallen. Je voelt je:

  1. schuldig en ongelukkig: “Ik ben toch zo onhandig en ik heb weer niet opgelet!”
  2. een beetje verveeld: “Jammer van die vaas, maar ongelukken gebeuren nu eenmaal. Ik koop wel een nieuwe.”
  3. opgelucht: “Gelukkig heb ik me niet bezeerd! “

Dat je de vaas hebt laten vallen kan je niet ongedaan maken, maar de manier waarop je daarover denkt heb je wel in de hand. En dus hoe je je daarover voelt.

Positief denken is een vaardigheid, zoals pianospelen. Iedereen kan het leren. Zelfs al heb je een negatieve aanleg geërfd, je denkpatronen zijn aangeleerd. De verbindingen tussen de hersencellen liggen immers niet vooral altijd vast, maar worden voortdurend veranderd. Je kan je denken dus wel degelijk tot op zekere hoogte aanpassen. Maar dat moet je zelf doen, en het actief doen. Net zoals pianospelen.

Gevolgen

Positief denken en je gezondheid

Je manier van denken speelt een rol in je gezondheid, maar is natuurlijk geen mirakelkuur voor allerlei ziekten.  Negatief denken verbruikt enorm veel energie en veroorzaakt stress. Stress stimuleert de productie van het hormoon cortisol, dat het immuunsysteem onderdrukt en je daardoor vatbaarder maakt voor allerlei ziekten. Stress verhevigt bovendien de symptomen van bestaande ziekten.
Door positief te denken vermindert je stress en gaat je cortisolproductie naar beneden. Daardoor word je niet zozeer gezond(er), maar wel blijer. Optimisten leven in het algemeen langer.

Dat inwendige kwelduiveltje

Onze gedachten kunnen negatief of zelfverwijtend zijn. Woorden “nooit” of “altijd” komen er al snel in voor. Bijvoorbeeld: “Niemand houdt van mij!”, “Ik doe ook altijd alles verkeerd!” Als je zo voortdurend tegen jezelf praat, ga je dat op de duur ook geloven. Zo ontstaat een negatief zelfbeeld of wordt het in stand gehouden.

Hoe leren?

Positief leren denken gebeurt in drie stappen:

  1. Ontdek je negatieve gedachten
  2. Vind de denkfouten
  3. Vervang ze door positieve gedachten

 

1. Ontdek je negatieve gedachten

We interpreteren voortdurend wat ons overkomt, onze handelingen en prestaties, en die van anderen. Die gedachten zijn flitsend, automatisch. We merken ze bij onszelf niet of nauwelijks op.

Wie altijd negatief denkt, is zich daar dus meestal niet van bewust. Maar doordat je je volledig concentreert op wat ontbreekt, heb je geen aandacht voor wat er wel is.

Hoe ontdek je je negatieve denkpatronen?

  • Merk je eigen gedachten op, zeker als er iets fout gaat. Merk bijvoorbeeld op wat je gedachten zijn als je iets kapot laat vallen, zoals in het voorbeeld met de vaas.
  • Vraag aan iemand anders of je vaak bepaalde dingen zegt. Andere mensen merken dingen over onszelf op die we zelf niet hebben opgemerkt.

2. Vind de denkfouten

De meeste negatieve denkpatronen berusten op denkfouten. Enkele vaak voorkomende denkfouten zijn:

  • Zwart-witdenken
    Alles is of helemaal goed, of helemaal fout. Als je niet perfect bent, ben je een complete mislukkeling. Bijvoorbeeld: “Ik ben op dieet en heb toch niet kunnen weerstaan aan die praline. Nu is alles om zeep! “
  • Te sterk veralgemenen
    Bijvoorbeeld: “Ik doe altijd alles verkeerd!” “Ik kan niets.” “Ik ben een complete mislukkeling.” “Niemand houdt van me.”
  • Willekeurige gevolgtrekking
    Bijvoorbeeld: “Die loketbediende was heel onvriendelijk tegen mij. Wat heb ik toch verkeerd gezegd?”
  • Personalisatie
    Je betrekt alles op jezelf. Bijvoorbeeld: ”Mijn kind heeft gevochten met een vriendje. Ik ben een slechte moeder!“
  • Onderwaardering
    Je bent te bescheiden voor jezelf. Bijvoorbeeld: “Mijn uitstekend examenresultaat was toeval. Ik had gewoon geluk met de vragen.“
  • Rampdenken
    Je gaat uit van het slechtste scenario. Bijvoorbeeld: “Als ik deze job niet krijg, dan is mijn hele leven mislukt.“

3. Vervang ze door positieve gedachten

Al die denkfouten kan je vervangen door een realistisch alternatief. In bovenstaande voorbeelden:

  • Ik heb die ene praline gegeten, maar iedereen mag zichzelf af en toe belonen voor zijn inspanningen.
  • Ik doe sommige dingen fout en andere goed. Net als iedereen.
  • Die bediende heeft een slechte dag. Ik heb alleen maar beleefd om informatie gevraagd.
  • Kinderen moeten nog leren hoe ze met hun ergernissen omgaan.
  • Ik heb dan ook goed gestudeerd.
  • Er zijn nog zoveel andere jobs, die me misschien zelfs veel beter liggen.

Tips

​Deze technieken en middeltjes helpen je om positiever te denken:

Schrijf het op

Beperk je niet tot denken alleen, want dat is vluchtig. Neem een blad papier en verdeel het in drie kolommen.

  • In de eerste kolom schrijf je een negatieve gedachte op.
  • In de tweede onderzoek je die gedachte op haar waarheidsgehalte. Vind de denkfout.
  • In de derde formuleer je een positief en realistische andere mogelijke gedachte.

Als je die denkoefening regelmatig doet, word je er steeds beter in.

Heb geduld met jezelf

Geef jezelf de kans en de tijd om positiever te worden. Het is geen knop in je hoofd die je kan omdraaien, maar een vaardigheid die je met veel geduld verwerft. Oefen daarom positief denken eerst in gemakkelijke situaties.

Andere tips

  • Plak briefjes met positieve affirmaties op plaatsen waar je ze vaak tegenkomt en waar de kans op negatieve gedachten het grootst is. Bijvoorbeeld op je computerscherm, je badkamerspiegel, je autostuur, als bladwijzer in je agenda. Een voorbeeld vqn een positieve affirmaties zijn ‘ik leer uit mijn fouten’ en ‘perfect bestaat niet’
  • Om jezelf op je eigen gedachten te betrappen, kan het helpen om er aan herinnert te worden. Stop een keitje in je broekzak. Elke keer je het voelt zitten, vraag je jezelf af wat je aan het denken bent.
  • Vraag jezelf af: "zou ik even streng zijn voor een ander als voor mezelf?"

Verschenen op juni 2018

Contacteer ons

Algemene vragen en vragen over jouw ziekteverzekering