Trapeziumsyndroom

​Het trapeziussyndroom of trapeziumsyndroom is een pijnlijke aandoening van nek en schouders die vaak voorkomt. Vooral de monnikskapspier en het gebied errond doen dan pijn. De juiste oorzaak is niet altijd duidelijk, maar meestal is er niets ernstigs aan de hand. De behandeling bestaat uit een combinatie van kinesitherapie en ergonomische aanpassingen. Werkt dat niet, dan moet je grondiger onderzocht worden. Er kan immers een onderliggende oorzaak van de pijn zijn.

 

​Wat is de trapezius?

De trapezius of monnikskapsspier is een grote, oppervlakkig liggende spier van de bovenrug. Ze is driehoekig en doet daardoor denken aan de opstaande kap van een monnikspij. We hebben een monnikskapspier aan de linkerkant van het lichaam en een van de rechterkant. Naast elkaar vormen die twee driehoeken een trapezium of ruit, vandaar haar tweede naam: trapezius- of trapeziumspier.

Elke trapeziusspier is als een zeil gespannen van de onderkant van de schedel naar het verste puntje van de schouder enerzijds en naar de bovenste helft van de ruggengraat anderzijds. Tussen de schouder en de nek kun je haar goed voelen zitten en zelfs beetpakken.

Met de monnikskapspier bewegen we het schouderblad. Bovendien helpt de spier om het gewicht van de armen te dragen. Onder de monnikskapspier liggen nog andere spieren.

Wat is het trapeziussyndroom?

De term trapeziussyndroom wordt gebruikt voor pijn in de omgeving van de trapeziusspier. Dit kan zowel betekenen dat de spier zelf heel erg gespannen en pijnlijk is, maar ook dat het deel van het lichaam waar de spier zit, pijn doet. Het hoeft dus niet alleen om spierpijn te gaan. Het komt behoorlijk vaak voor, maar lage rugpijn komt nog vaker voor.

Symptomen 

  • Diepe spierpijn, spierstijfheid en/ of spierkramp
  • De pijn zit in de nekzone en kan uitstralen naar de schouder of het schouderblad
  • Je beweeglijkheid in die lichaamszone is verminderd. Je hebt moeite om bewegingen uit te voeren met je hals en schouder, zoals je hoofd naar één kant buigen. 
  • Alles wat de monnikskapspier in beweging zet of uitrekt kan de symptomen uitlokken
  • De pijn kan heel plots ontstaan. Bijvoorbeeld na een ongeval, een slag of stoot. Waarschijnlijk ontwikkelt het syndroom zich daarna als een reactie op die eerste pijn. Ofwel kan het beginnen met een klein pijntje dat geleidelijk steeds erger wordt. 
  • Sommige mensen voelen voortdurend een zekere mate van pijn, maar merken dat bepaalde bewegingen de pijn nog erger maken. Anderen hebben periodes waarin ze weinig of geen last hebben, maar bij wie de pijn af en toe uitgelokt wordt door bepaalde bewegingen of activiteiten. De chronische, voortdurende vorm met pijnpieken komt het vaakst voor.

Diagnose

De diagnose berust op verschillende bevindingen. 

  • Je verhaal met je klachten. 
  • Een lichamelijk onderzoek. Is de spier gespannen? Kan ze helemaal ontspannen? Is ze pijnlijk bij betasten? Zijn er bewegingsbeperkingen? Dat zijn allemaal dingen die de dokter nagaat. 
  • Een aanvullend beeldvormend onderzoek is niet nodig. Of niet meteen: pas als de pijn niet reageert op een behandeling wordt een RX-foto, een CT-scan of een NMR-scan uitgevoerd om te controleren of je geen spierscheuring hebt of schade aan de gewrichten in je nek of schouder.

Behandeling

De behandeling van een trapeziussyndroom bestaat uit verschillende onderdelen. Bij de meeste mensen komt het daarmee in orde. 

  • Tegen felle en acute pijn mag je een korte tijd een pijnstiller of een niet-steroïdale ontstekingsremmer nemen. Sommige dokters schrijven een spierontspanner voor, maar zo’n middel mag je zeker maar kort gebruiken. Spierontspanners behoren tot dezelfde groep als de slaap- en kalmeermiddelen. Als je ze te lang aan een stuk door neemt, kan je er afhankelijk van worden. 
  • Kinesitherapie. De kinesist leert je hoe je het beste de spier stretcht om haar te ontspannen en oefent om haar sterker te maken. Hij of zij kan je ook tips geven over een juist lichaamshouding en hoe je bepaalde bewegingen kunt uitvoeren zonder de pijn uit te lokken. 
  • Neem je dagelijkse activiteiten onder de loep. Voer indien nodig ergonomische aanpassingen aan je werkomgeving uit om de lichaamsbelasting te verlagen en de lichamelijke belastbaarheid zo hoog mogelijk te maken.

Mogelijke oorzaken

De oorzaak is vaak niet erg of niet meteen duidelijk. De monnikskapspier is een van de grootste nek- en rugspieren en overspant een grote lichaamszone. Dat maakt het moeilijker om de vinger te leggen op de zere plek. 

  • De hamvraag is: is de trapeziusspier zelf de oorzaak van de pijn en raakt ze daardoor blijvend verkrampt? Of reageert de spier met verkramping op pijn die een oorzaak elders in die zone van het lichaam heeft. Er kan een probleem zijn in de wervelkolom, de hals, het schoudergewricht, het schouderblad en de ribben, of een combinatie van verschillende dergelijke problemen.
     
  • De trapezius is een spier die net onder de huid ligt. Daardoor kan je ze gemakkelijk betasten en onderzoeken op pijn. Vermoedelijk zijn voor die pijn ook nog andere spieren verantwoordelijk. Die andere spieren liggen onder de monnikskapspier, waardoor we er minder gemakkelijk bij kunnen om ze te onderzoeken. Er is wel wetenschappelijk onderzoek over aan de gang. 
  • Ook sensitisatie is mogelijk: elke lichamelijke pijn die lang genoeg blijft bestaan en niet doeltreffend bestreden wordt, kan in de hersenen veranderingen teweegbrengen. Daardoor wordt die lichaamszone hypergevoelig en wordt de pijn chronisch. Maar ook dat kunnen we nog niet bevestigen of uitsluiten. 
  • Psychische factoren zijn geen oorzaak. Het is te gemakkelijk om het trapeziumsyndroom af te doen als een psychosomatische aandoening. Chronische pijn heeft wel een invloed op je stemming, maar dat gaat op voor elke vorm van pijn of elke ziekte die te lang aanhoudt.

Wie loopt meer risico? 

  • Mensen die veel lichamelijk werk verrichten met het bovenlichaam en veel moeten heffen en tillen. 
  • Mensen die lang stilzitten en beeldschermwerk uitvoeren.

Preventie 

  • Vermijd uitlokkende factoren: doe geen heel zware lichamelijke inspanning zonder dat je erop voorbereid bent of die inspanning lichamelijk aankunt. Werk niet te lang aan één stuk in dezelfde houding. 
  • Zorg voor een goede lichamelijke conditie en beweeg genoeg. Hoe beter je spierstelsel getraind is, hoe beter je alle vormen van inspanning kunt opvangen. Je persoonlijke lichamelijke belasting en belastbaarheid moeten elkaar zo goed mogelijk in evenwicht houden. 
  • Doe je werk op een ergonomisch verantwoorde manier. Las minibreaks en macropauzes in, zodat je spieren kunnen ontspannen en uitrusten in plaats van voortdurend gespannen te zijn. 
  • Stretchen is goed als de spier de neiging heeft om korter te worden en te verkrampen. Doe het dan wel juist. Verend stretchen is bijvoorbeeld uit den boze, maar veel mensen doen het nog. De veiligste manier om stretchen onder de knie te krijgen, is het je te laten leren door een kinesitherapeut.

Meer weten over nekpijn? Lees ons uitgebreid dossier.

Verschenen op 28 februari 2011 met medewerking van dokter Thierry Parlevliet, dienst fysische geneeskunde en revalidatie, UZ Gent

Contacteer ons

Algemene vragen en vragen over jouw ziekteverzekering