Schimmelinfecties

Hiermee bedoelt men infecties door Candida Albicans. Candida albicans is een gist die in en op ons lichaam leeft in kleine aantallen. In bepaalde omstandigheden kan ze ongeremd gaan groeien en voor een ontsteking zorgen. Zo’n gistinfectie of candidiasis wordt vaak verkeerdelijk een schimmelinfectie genoemd. De infectie kan voorkomen in huidplooien, in de mond en slokdarm, de vagina en de darmen. Meestal is zo’n infectie alleen maar hinderlijk, maar in uitzonderlijke gevallen kan ze zeer gevaarlijk zijn. De behandeling gebeurt met in- of uitwendige geneesmiddelen.

Wat

​Wat is Candida albicans?

In ons lichaam zitten van nature een aantal gisten, waaronder de Candida-gisten. Het bekendste lid van die familie is de Candida albicans.

Candida albicans zit in kleine aantallen op onze huid en slijmvliezen. De gisten leven er in evenwicht met de bacteriën die daar ook van nature zitten. Die bacteriën zorgen ervoor dat er net genoeg voedsel is voor de gisten, zodat hun aantal klein blijft.

Gist of schimmel?

Candida wordt vaak een schimmel genoemd, hoewel het strikt genomen een gist is. Zelfs dokters hebben het vaak over een "schimmelinfectie". Gisten en schimmels zijn verwante micro-organismen, maar hun uitzicht en biologische eigenschappen verschillen. Bovendien is de behandeling van een gistinfectie anders dan die van een schimmelinfectie.

  • Schimmels

    zijn meercellige en meerkernige organismen. Ze vormen heel lange draden of hyfen, die zich vertakken en een netwerk vormen, het mycelium. Voor ons nuttige schimmels zijn onder andere de blauw- of witschimmels in kazen, of de penseelschimmel die het antibioticum penicilline aanmaakt. Niet alle schimmels zijn zo behulpzaam, want sommige scheiden erg giftige stoffen af.
  • Gisten

    bestaan uit losse cellen die trosjes vormen. Elke cel vermenigvuldigt zich door een knopje te vormen, dat zich daarna afsplitst. Bier en brood worden gemaakt met behulp van bepaalde soorten gisten (de Saccharomyces).
    Ook Candida albicans is een gist. Ze vormt in bepaalde levensstadia echter kleine uitlopers die wel lijken op schimmeldraden, maar nooit zo lang worden. Zo’n uitloper heet een pseudo-mycelium en is zichtbaar onder een gewone microscoop. Door dat pseudo-mycelium ontstaat de verwarring met echte schimmeldraden.

Waar

​Omdat Candida albicans zich een beetje overal ophoudt, kan een candida-infectie in verschillende lichaamsdelen ontstaan.

  • Op de huid

    Candida albicans overleeft goed op een vochtige, verweekte huid, en vooral in huidplooien. Tussen de vingers kan je candidiasis krijgen als je veel met je handen in het water werkt. Ook in de liezen, onder de borsten of in de oksels kan een infectie ontstaan. Baby’s kunnen bovenop een gewone luieruitslag een Candida-infectie krijgen.
    Perlèche of scheurmond is een Candida-infectie in de mondhoeken. Ze ontstaat als de huid in de mondhoeken gaat hangen doordat je een aantal tanden mist.
  • In de mond

    Spruw is candidiasis in de mond. Mensen met Aids en prematuurtjes die antibiotica hebben gekregen, ontwikkelen gemakkelijk een uitgebreide infectie in mond, keel en slokdarm. Dat is erg pijnlijk en maakt slikken moeilijk. Spruw is niet hetzelfde als aften.
    Ook wanneer je te weinig speeksel produceert en een te droge mond hebt, kan het ontstaan. Bijvoorbeeld wanneer je daar bestraald wordt. Speeksel helpt immers het evenwicht in de mond in stand te houden.
    Spruw kan ook het gevolg zijn van een slechtzittende tandprothese. De prothese verweekt plaatselijk het tandvlees en sluit het af van de lucht.
  • In de vagina (vaginale schimmelinfecties)

    In de vagina leven ook bacteriën, de lactobacillen. Wanneer die uitgedund worden door antibiotica kan candida zorgen voor een ontsteking van de vagina. Sommige vrouwen krijgen echter keer op keer een infectie met Candida albicans. Ze hebben een persoonlijke gevoeligheid waarvoor geen verklaring is. Ook tijdens de zwangerschap ben je gevoeliger voor vagina-ontstekingen.
  • Inwendig

    Na een medische ingreep kan een Candida-infectie diep in je lichaam in verschillende organen ontstaan. Bijvoorbeeld als je darmvlies beschadigd is door herhaalde darmoperaties, of wanneer je dagenlang een katheter in je lichaam hebt voor sondevoeding. Dat is heel ernstig en moet met krachtige geneesmiddelen behandeld worden. 
  • In de darmen

    Candida albicans leeft ook in de darmen. Over de behandeling van een Candida-infectie in de darmen zijn dokters het echter niet eens. Sommige artsen beschouwen het als een oorzaak van chronische diarree na antibioticagebruik, sporen de infectie daarom systematisch op en behandelen ze als ze iets vinden. Andere dokters doen dat niet.

Wanneer

​Wanneer loop je meer risico op deze infectie?

De belangrijkste risicofactoren zijn:

  • Een vochtige omgeving is de gedroomde plaats voor alle gisten en schimmels.
  • Antibiotica vernietigen ook de nuttige bacteriën in en op het lichaam. Wanneer die bacteriën uitgedund worden, krijgt Candida vrij spel.
  • Een minder goed functionerend immuunsysteem. Mensen met een zwak afweersysteem zijn extra gevoelig, in het bijzonder heel jonge baby’s, HIV-patiënten, bejaarden, mensen die een chemokuur volgen en personen die een orgaantransplantie hebben gehad en immuunonderdrukkende geneesmiddelen moeten nemen.
  • Suikerziekte maakt je gevoeliger als de ziekte niet goed onder controle is.
  • Chronische ziekte, door een combinatie van risicofactoren.
  • Heel veel koolhydraten of suikers eten zou candidiasis in theorie bevorderen, omdat gisten van suiker leven.

Diagnose

Het uitzicht van de aangetaste huid of slijmvliezen maakt de dokter soms meteen duidelijk waar het om gaat, maar niet altijd. Bij twijfel kan een staaltje in het labo onderzocht worden.

  • Aangetaste huid ziet er vuurrood uit.
  • Spruw ziet er meestal uit als een witte of roomkleurige uitslag op de tong en slijmvliezen, die er zelf felrood uitzien.
  • Bij Perlèche of scheurmond ontstaan er kloofjes in de mondhoeken.
  • Bij vaginitis heeft men meestal een rode schaamstreek en vagina die branderig en jeukend tot pijnlijk aanvoelen en een witte brokkelige afscheiding die vies ruikt. Om de diagnose te bevestigen, kan de dokter een beetje slijm uit de vagina nemen en dat onder de microscoop bekijken.
  • Genitale Candidiasis is geen sexueel overdraagbare aandoening (SOA).  Je partner moet dus niet meebehandeld worden. Het  kan bovendien geen verwikkelingen veroorzaken, zoals echte SOA soms wel kunnen. Het blijft natuurlijk heel vervelend.​

Behandelen

  • ​Een oppervlakkige infectie van de huid wordt vaak afdoende behandeld met een plaatselijk uitdrogend product zoals Eosine. Dat doet niets tegen de gist zelf, maar op een droge huid kan de gist zich niet meer in stand houden.
  • Geneesmiddelen tegen schimmels en gisten zijn de antimycotica. Ze bestaan voor plaatselijk en voor inwendig gebruik. Er bestaan ook duurdere geneesmiddelen die in ziekenhuizen gebruikt worden tegen de ernstige inwendige infecties.  

Gevaar voor resistentie (ongevoeligheid voor geneesmiddelen)

Candida albicans is niet de enige Candida-gist bij de mens. Onder andere Candida tropicalis en Candida glabrata komen ook voor, maar minder vaak. Als je een paar keer met een geneesmiddel tegen Candida albicans behandeld bent, kan je echter meer last krijgen van een van die andere gisten. Net zoals bacteriën bij antibiotica, kunnen candida-gisten ongevoelig of resistent worden voor antimycotica. De candida albicans verdwijnt door de behandeling, maar de resistente vormen nemen de plaats van albicans over en veroorzaken dan op hun beurt een infectie. Candida glabrata is daarvoor berucht en is vaak al niet meer gevoelig voor de eerstelijnsgeneesmiddelen. Dan ben je aangewezen op de krachtiger geneesmiddelen tegen de ernstige infecties.

Voor een vaginale infectie met Candida glabrata bestaat momenteel zelfs geen afdoende behandeling: het verdwijnt tijdelijk maar komt daarna weer terug. Je kan de Candida albicans met een geneesmiddel immers wel uit de vagina krijgen, maar hij blijft altijd zitten in de darmen en kan vandaaruit terugkeren naar andere delen van het lichaam en er weer toenemen.

Verschenen op 16 november 2010 en herzien op 18 juli 2014 met medewerking van professor Geert Claeys, microbioloog, UZ Gent

Contacteer ons

Algemene vragen en vragen over jouw ziekteverzekering