Prostaatkanker

Vandaag is prostaatkanker de tweede belangrijkste kanker bij mannen, na longkanker. Dat heeft veel te maken met de vergrijzing. Op de leeftijd van 50 jaar heeft één man op tien een sluimerende prostaatkanker. Op de leeftijd van 80 jaar meer dan de helft. Net als een goedaardige vergroting stijgt het risico met de leeftijd. Maar prostaatkanker komt veel minder vaak voor dan een vergrote prostaat. Bovendien ontwikkelen niet alle sluimerende kankers zich nog tot actieve kankers, die je levensverwachting kunnen inkorten.​

Wat

​Wat is de prostaat?

De prostaatklier ligt als een ring rond de urinebuis, net onder de blaas. Je kan de prostaat vergelijken met een mandarijntje, met een harder kapsel dat het weke klierweefsel omvat. Rond de prostaat liggen zenuwen en bloedvaten die essentieel zijn voor een erectie.

In de erectie speelt ze geen rol, maar wel in de vruchtbaarheid. Ze produceert namelijk de draagvloeistof voor zaadcellen. Het prostaatvocht beschermt de zaadcellen tegen het zure milieu van de vagina en voedt hen met fructose, waardoor ze langer in leven blijven. Bij het klaarkomen worden prostaatvocht en zaadcellen met elkaar vermengd en door de plasbuis naar buiten geperst. Tegelijk wordt de blaashals dichtgeknepen, waardoor het sperma niet in de blaas kan terechtkomen en de urine niet in de penis.

Klachten

​In het begin zijn er helemaal geen symptomen. Vroeger ontdekte men prostaatkanker pas als iemand pijn in de botten had door de uitzaaiingen. Nu wordt prostaatkanker vaak al ontdekt in een heel vroeg stadium. Dat komt door de ontdekking van het PSA.

Prostaatspecifiek antigen of PSA

PSA is een eiwit dat wordt aangemaakt door de prostaatklier. Een verhoogde PSA-spiegel in het bloed is een signaal dat er iets mis is met de prostaat. Het kan wijzen op prostaatkanker, maar net zo goed op een goedaardige vergroting of een prostaatontsteking.

Verhoogde PSA-waarden moet je daarom altijd samen met andere factoren interpreteren. Zoals de leeftijd van de persoon en de grootte van de prostaat.

Hoe groter de prostaat, des te hoger de aanvaardbare hoeveelheid PSA. Is de PSA verhoogd en is de prostaat heel erg groot, dan is er niets ernstigs aan de hand. Is de PSA verhoogd, maar is de prostaat klein en heb je geen klachten, dan kan er wel kanker in het spel zijn.

Na genezing van een acute prostaatontsteking moet de hoeveelheid PSA weer normaal worden.

De PSA-waarden worden ook bijgehouden wanneer er al kanker is vastgesteld, om de evolutie van de ziekte in de gaten te houden en het effect van een eventuele behandeling te beoordelen. 

Zadelpijn

Een zeldzame keer kan fietsen een invloed hebben op je PSA. Heb je na eerdere normale tests opeens een verhoogde PSA in het bloed en heb je net je nieuwe racefiets uitgeprobeerd, laat hem dan even aan de kant staan, begin niet te panikeren en laat je na enkele weken opnieuw testen. 

Behandelen

​Een afwijkende test bij vroegtijdige opsporing wijst enkel een vermoeden van prostaatkanker. De diagnose van prostaatkanker kan pas met zekerheid gesteld worden door een microscopisch onderzoek van stukjes prostaatweefsel. Die worden uitgehaald met een holle naald. Om na te gaan of de kanker beperkt is tot de prostaatklier of zich uitgezaaid heeft, zijn er aanvullende beeldvormende onderzoeken nodig. 

Verschillende behandelwijzen

Zelfs als er kanker wordt vastgesteld, kan je verschillende pistes bewandelen. Voor je iets onderneemt, moet je de risico’s, voor- en nadelen van de mogelijke behandelwijzen tegen elkaar afwegen.

  • Hoe oud ben je wanneer het ontdekt wordt? Ben je vijftig, dan kan prostaatkanker je leven nog sterk inkorten, als je al tachtig bent niet meer. In het eerste geval heeft behandelen zin, in het tweede niet.
  • Welke agressiviteitskenmerken heeft de kanker? Prostaatkanker verloopt gradueel. Het begint niet meteen als een agressieve vorm, maar als een latent, sluimerend carcinoom dat in de prostaat zelf zit en nog niet gevaarlijk is. Op een bepaald moment gaat het echter groeien en kan het uitzaaien naar de lymfeklieren, soms naar de botten en een zeldzame keer naar de longen en de lever.
     
  • Een vroeg ontdekte prostaatkanker kan je helemaal genezen, een uitgezaaide alleen nog palliatief behandelen.
  • Een genezende behandeling kan je impotent maken, terwijl je zonder behandeling vaak nog jaren zonder symptomen kan leven.
     
  • Hoe is je relatie met je partner en hoe belangrijk is je seksueel leven voor je?
  • Kan je leven met de wetenschap dat je een tumor in je lijf hebt die ooit in een hogere versnelling kan gaan?
  • Als behandelen niet meteen nodig is, heb je dan de discipline om je regelmatig te laten controleren?
     
  • Hoe is je algemene lichamelijke conditie

Twijfelgeval: een PIN-letsel

De overgang van een sluimerende kanker naar een actieve kanker is niet scherp afgegrensd. Vooral PIN-letsels zijn een netelig probleem. PIN staat voor Prostatische Intraepitheliale Neoplasieën. Het zijn afwijkingen in de cellen met kwaadaardige kenmerken. In de helft van de gevallen evolueert een PIN binnen twee jaar tot een actieve kanker. Ben je nog relatief jong wanneer zo’n PIN-letsel ontdekt wordt, dan behandelt men je liever meteen, voor het geval de ziekte plots in de turbofase geraakt of je niet meer terug zou komen op controle. 

Genezende behandeling

Is het kankergezwel beperkt tot de prostaat, dan bestaan er twee mogelijkheden: radicale heelkunde of radiotherapie. 

1) Radicale heelkunde

De hele prostaatklier gaat eruit, zowel het kapsel als het binnenste. Het is een moeilijker en grondiger operatie dan bij een goedaardige vergroting, want alle kankercellen worden weggehaald. De operatie kan open, endoscopisch of tegenwoordig zelfs met een robot gebeuren. Wat het beste is, hangt onder meer af van de ervaring van de chirurg met de techniek in kwestie.

2) Radiotherapie

Het kankergezwel wordt bestraald om het te vernietigen, maar daarbij wordt onvermijdelijk ook gezond weefsel beschadigd.

  • Voor een uitwendige bestraling moet je gedurende enkele weken dagelijks naar het ziekenhuis voor een sessie van enkele minuten.
  • Bij inwendige bestraling worden heel kleine radioactieve zaadjes met naalden in de prostaat gebracht. Daarvoor moet je één nacht in het ziekenhuis blijven. Na een half jaar zijn de zaadjes uitgewerkt.
  • Er bestaan nog andere methodes, maar de meeste zijn nog te recent om goed te weten wat de langetermijnresultaten zijn. 
Grootste risico = impotentie

Impotentie is de meest gevreesde complicatie, zowel van chirurgie als van radiotherapie. Ten minste een derde van de patiënten wordt impotent door de bestraling, 50 tot 75 % door de chirurgie. Die impotentie wordt veroorzaakt door beschadiging van de zenuwen die zorgen voor de erectie. De chirurg of radiotherapeut kan zoveel mogelijk proberen de zenuwen te sparen, maar nooit garanderen dat de potentie bewaard blijft. Het hangt allemaal af van de grootte en vorm van de tumor. Hoe meer je wegsnijdt of vernietigt, des te meer kans dat de tumor helemaal weg is. Hoe minder je wegneemt, des te groter de kans dat de potentie bewaard blijft. Het is altijd een afweging tussen beide. 

Oplossing: Als de zenuw beschadigd is, bestaan er toch nog methodes om een erectie tot stand te brengen, al kan je dan niet meer zo spontaan vrijen als vroeger. Ofwel met geneesmiddelen zoals Viagra, of met injecties die je jezelf toedient met een heel klein naaldje. 

Andere risico’s
  • Alle gewone complicaties van de heelkunde.
  • Een veranderd plaspatroon, zoals ongecontroleerd urineverlies (incontinentie), na chirurgie. Bij ongecontroleerd urineverlies kan het gaan om een paar druppels tot volledige incontinentie.
  • Bloed in de stoelgang of een veranderd stoelgangpatroon, zoals diarree, na bestraling.
  • Een roestbruine verkleuring van het sperma door bloed in het zaadvocht, na bestraling. Na radicale prostatectomie (chirurgie) is geen zaadlozing meer mogelijk.
  • De neveeffecten van de behandeling hangen niet enkel af van de soort behandeling, maar ook van de uitgebreidheid van de ziekte.

Palliatieve behandeling

Een palliatieve behandeling betekent bij prostaatkanker meestal niet dat het einde nabij is, wel dat je nog jarenlang goed kan leven. Het doel van de behandeling is de verdere ontwikkeling van de kanker af te remmen en je leven zo aangenaam mogelijk te maken. 

Hormonen

Prostaatkankercellen zijn voor hun groei erg afhankelijk van mannelijke hormonen. Als je de productie van die hormonen stillegt, wordt de groei van de kankercellen afgeremd. Dat kan door geneesmiddelen. Na verloop van enkele jaren werkt die hormoontherapie echter niet meer en moet je overschakelen op een andere behandelwijze. Ook bij hormoontherapie moet je de voor- en nadelen tegen elkaar afwegen:

  • Hormoontherapie is absoluut aangewezen als je botpijn hebt door uitzaaiingen. Daardoor verdwijnt de pijn.
  • Heb je geen klachten, dan verlengen ze je levensduur. Maar soms win je maar enkele maanden op tien jaar ziekte.
  • De bijwerkingen zijn niet mis. Eigenlijk word je chemisch gecastreerd. Je krijgt vapeurs, je libido en je vitaliteit verminderen. Hele oude mensen kunnen er zelfs van doodgaan, want je mannelijke hormonen geven je ook kracht en weerstand. 

Andere oplossingen

Ook bestraling en chemotherapie worden ingezet om je weer pijnvrij te maken.

Voorkomen

​Net als borstkanker bij vrouwen, komt prostaatkanker veel minder vaak voor in Azië. Of liever, veel minder latente prostaatkankers worden actief. Vermoedelijk heeft de levensstijl - en in het bijzonder de voeding - er veel mee te maken. Aziaten die naar het westen emigreren, krijgen na één generatie even vaak actieve prostaatkanker als westerlingen.

Door op je voeding en levenswijze te letten, bescherm je jezelf zoveel mogelijk tegen deze kanker:

  • Eet voedingsmiddelen op basis van soja. Ze bevatten plantaardige vrouwelijke hormonen, de zogenaamde fyto-oestrogenen die het ontstaan van prostaattumoren kunnen vertragen.
  • Zorg voor een voldoende opname van vitamine E en het mineraal selenium. Ze beschermen de cellen tegen de ontwikkeling van kanker.
  • Eet veel fruit en groenten. Vooral tomaten zijn een aanrader, omdat ze lycopeen bevatten, dat de ontwikkeling van prostaatkanker kan afremmen.
  • Vermijd dierlijke vetten en rood vlees.
  • Doe regelmatig aan lichaamsbeweging.

Opsporen

Vroegtijdig opsporen of niet?

Door het PSA te meten, kan je prostaatkanker ontdekken lang voor de ziekte symptomen veroorzaakt en zelfs voor een kankergezwel tijdens een rectaal onderzoek voelbaar is. In dat stadium kan je er nog volledig van genezen. Toch wordt systematisch opsporen van verhoogde PSA waarden bij alle mannen niet aanbevolen. Want veel hoogbejaarde mannen sterven met een prostaatkanker waarvan ze het bestaan niet eens afwisten, maar weinigen door prostaatkanker. Het vroegtijdig opsporen kan met andere woorden ook veel onnodige ongerustheid veroorzaken.
 

Vroegtijdige opsporing is niet geschikt voor:

  • Mannen die ouder zijn dan 75 jaar en/of een slechte gezondheid hebben. Deze mannen zullen waarschijnlijk niet sterven aan prostaatkanker of hier ernstige klachten van ondervinden.

Vroegtijdige opsporing is wel aangeraden als :

  • je vader of broer(s) ooit de diagnose van prostaatkanker kregen. Raadpleeg je arts indien je vragen hebt over prostaatkanker.

Vroegtijdige opsporing kan als bewuste keuze voor:

Welke onderzoeken?

Ook daarover bestaat geen consensus. Iedere huisarts of uroloog bepaalt onafhankelijk wat hij doet om prostaatkanker vroegtijdig te ontdekken.
  • Minimaal onderzoek: PSA-bloedonderzoek.
  • Grondig: PSA-bloedonderzoek+ rectaal onderzoek.
  • Heel grondig: PSA-bloedonderzoek+ rectaal onderzoek + echografie om het volume van de prostaat te meten.

Verschenen op 29 augustus 2012 en aangepast op 12 juni 2014 met medewerking van professor Antony Verbaeys, dienst urologie, UZ Gent

Contacteer ons

Algemene vragen en vragen over jouw ziekteverzekering