Placebo

Genezen van een aandoening dankzij een nepgeneesmiddel, dat is het placebo-effect. Het werkt bij ongeveer 30% van alle mensen en het is geen zelfbedrog. Vertrouwen in de therapie en degene die haar toedient, is de belangrijkste factor voor het succes van een placebo. Waardoor het placebo-effect veroorzaakt wordt is niet helemaal duidelijk, maar het veroorzaakt aantoonbare wijzigingen in de hersenactiviteit.

Ook echte geneesmiddelen profiteren van het placebo-effect. Elk pas ontwikkeld geneesmiddel moet het in een dubbelblindstudie beduidend beter doen dan een placebo, wil het goedgekeurd worden.

Wat

​Wat is een placebo? 

Een placebo is het spreekwoordelijke suikerpilletje. Het is iets wat als geneesmiddel of therapie wordt voorgeschreven of aangeprezen, maar dat geen werkzame bestanddelen bevat.

Niet alleen onwerkzame middelen die je door de mond inneemt, ook uitwendige middelen, injecties met zout water en zelfs nepoperaties kunnen werken als placebo. Ook echte geneesmiddelen fungeren wel eens als placebo, namelijk wanneer ze ingezet worden tegen ziektes waar ze niet werkzaam tegen zijn. Zoals antibiotica tegen een verkoudheid. Dat is niet zonder gevaar, omdat bacteriën hierdoor resistenter worden tegen antibiotica.

Het woord placebo komt uit het Latijn en betekent letterlijk: “Ik zal behagen".

Wat is het placebo-effect? 

Het placebo-effect ontstaat wanneer je een placebo hebt genomen of gebruikt: je bent genezen, voelt je beter of de pijn is verdwenen. Je bent er zelf van overtuigd dat je een actief geneesmiddel hebt genomen.

  • Niet iedereen is er gevoelig voor. Het placebo-effect werkt bij ongeveer dertig procent van de mensen, maar afhankelijk van de aandoening is dat meer of minder. Bij pijnstilling is het effect het grootst: tot vijftig procent van alle proefpersonen die aan studies meedoen rapporteren pijnvermindering. Ook bijvoorbeeld bij bloeddrukverlaging werkt het. Daar daalt de bloeddruk bij 25 procent van de proefpersonen.
  • Het effect kan een zestal maanden aanhouden, al zijn er ook weer onderlinge verschillen. Ook het aantal keer dat een placebo toegediend kan worden, varieert. Met de tijd vermindert het effect echter altijd.
  • Zelfs echte geneesmiddelen profiteren van het placebo-effect. Het versterkt of overstijgt de actieve werking van het geneesmiddel. 
 

Beste werking

​Waartegen werkt een placebo het best? 

  • Psychische en psychosomatische aandoeningen: slapeloosheid, stress, angst en depressieve gevoelens. Hoe eenvoudiger de psychische klacht, des te beter het werkt.
  • Pijn in alle mogelijke soorten: hoofdpijn en migraine, na het trekken van een tand, reumatische pijn, darmpijn enz. 

Factoren die het placebo-effect versterken

  • De verstrekker van het middel zelf is het belangrijkste placebo. Hoe enthousiaster en zekerder hij of zij is over het middel, hoe beter diens professionele reputatie en hoe meer de patiënt hem of haar vertrouwt, des te beter scoort het placebo. Ook vriendelijke aandacht en toewijding, een ondubbelzinnige diagnose en positieve verwachting over het herstel zijn belangrijk.
  • Rituelen rond de inname of ingreep en de nodige uitleg versterken het effect.
  • Hoe bewuster je iets toegediend krijgt of inneemt, hoe effectiever. Een spuit werkt beter dan een pil. Placebopijnstillers en effectieve pijnstillers werken merkelijk beter als de patiënt ze ziet voordat ze worden toegediend in een infuus.
  • Duur werkt beter dan goedkoop. Placebo's met een bekende of indrukwekkende naam scoren beter dan anonieme.
  • Nieuwe middelen werken beter dan oude.
  • Meer pillen werken beter dan één. Grote pillen werken beter dan kleine, maar piepkleine worden als superkrachtig beschouwd.
  • Hoe krachtiger, hoe beter: een morfineplacebo werkt beter dan een aspirineplacebo.

Verklaring

​Mogelijke verklaringen voor placebo-effect 

Het placebo-effect is echt. Het is meer dan jezelf of je arts wijsmaken dat de therapie werkt. Het betekent evenmin dat je ziekte alleen in je hoofd zit als je beter wordt door een placebo.

Hoe het placebo-effect werkt, weet men nog niet. Er bestaan wel verschillende hypothesen: 

Het verwachtingseffect

De therapeut, de behandeling en/of het middel creëren bij jou de verwachting dat je daardoor beter gaat worden en dat je levenskwaliteit zal verbeteren.

Placebo’s werken specifiek: een pijnstillende placebocrème die alleen op de linkerhand werd aangebracht, werkte alleen daar en niet ook tegen pijn op de rechterhand. Hetzelfde placebo kan de bloeddruk verlagen of verhogen, al naargelang de werking die eraan wordt toegeschreven.

Mede door het verwachtingseffect bestaan er zelfs internationale verschillen: placebo’s tegen maagzweren doen het in Duitsland heel goed, maar hebben nauwelijks effect in Brazilië. Placebo’s om de bloeddruk te verlagen werken dan weer slechter in Duitsland dan elders in de wereld. 

Klassieke conditionering

We worden van jongsaf aan geconditioneerd om beterschap te verwachten wanneer we een pilletje slikken of een “medische” handeling ondergaan. Het begint al met een zoentje op het schrammetje op je vinger of een pleister op je geschaafde knie.

Dit is niet anders dan de stimulus-responsreactie, die dr. Ivan Pavlov aantoonde bij honden: zodra ze een bel hoorden, sloegen ze aan het kwijlen omdat ze eten verwachtten. Ook al kwam er niet altijd eten. In dit geval is het placebo de stimulus, de beterschap de respons. Onze hersenen leren dit soort conditionering zonder dat wij er ons van bewust zijn. Het brein heeft bovendien rechtstreekse controle over een aantal processen die gevoelig zijn voor het placebo-effect, zoals koorts en pijn. 

Minder stress, vinniger immuunsysteem

Stress verzwakt het immuunsysteem en maakt ons vatbaarder voor ziekte. Geruststellende en hoopgevende woorden tijdens de diagnose en de behandeling werken stressverlagend en zijn daardoor goed voor het immuunsysteem. Ze zouden daardoor een belangrijk deel van het placebo-effect kunnen zijn.

De psychoneuroimmunologie is de wetenschap die bestudeert hoe onze gevoelens en gedachten effect hebben op het immuunsysteem en omgekeerd. Er bestaat namelijk een nauw samenwerkingsverband tussen de hersenen, het immuunsysteem en de hormonenhuishouding. 

Meetbaar in de hersenen

Het placebo-effect is niet alleen psychologisch. Een aantal studies hebben de hersenactiviteit bestudeerd van proefpersonen die al dan niet placebo’s kregen.

  • Bij een studie naar antidepressiva zag men dat de hersenactiviteit veranderd was bij degenen die zich beter voelden. Zowel van degenen die het echte antidepressivum gekregen hadden, als van de placebo-controlegroep. Toen degenen die het placebo kregen de waarheid vernamen, ging het met de meesten echter bergaf zodat ze uiteindelijk toch echte geneesmiddelen nodig hadden.
  • Het placebo-effect speelt een rol in de afgifte van lichaamseigen pijnstillende stoffen door de hersenen. De hersencentra die zich bezighouden met het onderdrukken van pijn worden geactiveerd wanneer je iets krijgt waarvan je verwacht dat het je pijn zal doen afnemen, placebo of actief geneesmiddel. Het geneesmiddel naloxone blokkeert de afgifte van die lichaamseigen pijnstillers. Wanneer een proefpersoon naloxone samen met een placebo tegen pijn toegediend krijgt, werkt het placebo helemaal niet. 

Waarom hebben we een placebo nodig?

Als we onszelf toch kunnen genezen, waarom schiet dat zelfgenezend vermogen pas in gang wanneer we een placebo krijgen?

Het placebo fungeert als een groen licht voor de hersenen, althans volgens de cognitieve psycholoog Nicholas Humphrey. Symptomen zoals koorts, pijn en je ziek voelen zijn tijdens de evolutie ontstaan als manieren om ons lichaam te beschermen tegen ergere schade en genezing te versnellen. Koorts, bijvoorbeeld, helpt het lichaam om virussen en bacteriën te verwijderen. Maar uitzieken heeft ook zijn prijs: zolang we ziek zijn, zijn we minder goed in staat om ons te verdedigen tegen roofdieren of voedsel te zoeken. Dat kan ook gevaarlijk zijn.

Volgens Humphrey laten onze hersenen die energievretende zelfgenezende reacties pas toe als ze signalen krijgen dat het safe is om dat te doen. Zoals een veilige omgeving, verzorging door anderen, tijd om uit te zieken of een geneesmiddel dat belooft je snel beter te maken. Of dat echt is of een placebo, maakt voor de hersenen niets uit.

Gevaren

Gevaren van het placebo-effect 

Gaat het maar om een verkoudheid of een vervelend kwaaltje, dan kan een placebo geen kwaad.

Een chronische of ernstige organische ziekte geneest er echter niet door. Dan kan een placebo verhinderen dat je een doeltreffende behandeling krijgt of je kostbare tijd doen verliezen. Zeker als je aan zelfmedicatie doet, moet je daarmee oppassen. Je geest laat zich misschien misleiden, maar de rest van je lichaam niet. En waar ligt soms de grens met kwakzalverij? 

Ethische kwesties

Als een placebo echt kan werken, mag een dokter het wetens willens voorschrijven bij een ongevaarlijk kwaaltje?

  • Volgens sommigen wel, want je doet er de patiënt of diens lichaam geen kwaad mee. Hij voelt er zich bovendien beter door. Vaak willen patiënten per se met een voorschrift naar huis, ook al is dat niet nodig of zinvol. Veel mensen geloven bovendien echt in bepaalde middelen, ook al hebben ze geen bewezen werking. Veel dokters schrijven dan liever iets onschadelijks zoals extra vitamines voor, hoewel ze in onze welvaartstaat voor de meeste mensen overbodig zijn.
  • Volgens anderen niet. Je misleidt je patiënt en schaadt de vertrouwensrelatie. En moet je de patiënt laten betalen voor iets wat geen bewezen actieve werking heeft? Een placebo mag trouwens niet spotgoedkoop zijn, anders vindt de patiënt dat verdacht. Het placebo-effect werkt bovendien niet bij iedereen.

Het nocebo-effect

Verwacht je dat een geneesmiddel niet zal werken, dan heeft dat een negatieve invloed op je genezing. Dan wordt je negatieve verwachting ingelost. Dat heet het nocebo-effect, ook weer van het Latijn: “Ik zal schade berokkenen.”

Maar het gaat verder dan dat. Zo kun je de vermeende nevenwerkingen van een placebo ervaren en zelfs onthoudingsverschijnselen vertonen.

Ook wanneer je een actief geneesmiddel neemt, kun je neveneffecten ervaren die niet van dat middel afkomstig kunnen zijn. Waar komen ze wel vandaan? Misschien van vroegere ervaringen met geneesmiddelen of verhalen van anderen over bijwerkingen. Of doordat je de bijsluiter wat al grondig gelezen hebt. Daarin staat vaak een resem bijwerkingen vermeld die uiterst zeldzaam zijn. 

Wetenschappelijk onderzoek: de dubbelblindstudie

Het placebo-effect treedt vaak op als saboteur: het maakt het moeilijk om nieuwe geneesmiddelen te beoordelen op hun werkzaamheid voor ze op de markt komen. Geneesmiddelen moeten daarom het placebo-effect beduidend overstijgen om als doeltreffend beschouwd te worden.

Daarom worden nieuwe geneesmiddelen standaard aan een dubbelblindonderzoek onderworpen. In zo’n onderzoek krijgt een deel van de proefpersonen een actief werkend geneesmiddel, een controlegroep krijgt een placebo, tijdens de hele duur van het project of een deel ervan.

De proefpersonen weten niet of ze het echte middel dan wel het placebo krijgen. Ook de onderzoekers of artsen die het middel voorschrijven of de toestand van de patiënt evalueren, weten dat niet, om te vermijden dat ze onbewust hun verwachtingen zouden overdragen op de patiënt, of hun oordeel over de gezondheidstoestand van de patiënt erdoor zouden laten beïnvloeden.

De betrokkenen weten echter wel dat ze mogelijks een placebo krijgen of toedienen. Dat verzwakt het placebo-effect enigszins. Iemand van te voren niet vertellen dat hij een placebo zou kunnen krijgen, zou nog objectiever zijn maar dat is ethisch niet aanvaardbaar of toelaatbaar.​

Verschenen op 31 juli 2013 en herzien op 10 mei 2017 met medewerking van Alain Bourda, apotheker NVSM & Vera De Groof, adviserend geneesheer NVSM

Contacteer ons

Algemene vragen en vragen over jouw ziekteverzekering