Osteoporose

Osteoporose is een ziekte van je beenderen. Ze worden minder sterk en breken dan veel te gemakkelijk. Meestal ontdek je pas dat je osteoporose hebt wanneer je een bot breekt. Vooral oudere mensen krijgen osteoporose. Gelukkig kan je heel wat doen om de ziekte te voorkomen. Al van in je kindertijd gezond eten en bewegen zijn heel belangrijk. Om de ziekte te behandelen zijn soms geneesmiddelen nodig. 

Wat

Wat is osteoporose of botontkalking?

  • Je botten worden minder sterk en ze breken te gemakkelijk. Bijvoorbeeld: je glijdt in de woonkamer uit over een tapijtje en daardoor breek je je pols. Dat is niet normaal, want gezonde botten kunnen daartegen. Zij breken pas als ze een zware klap krijgen. Bijvoorbeeld als je valt tijdens het fietsen en dan hard terechtkomt op beton.
  • Een andere naam is botontkalking, omdat er te veel kalk uit je botten verdwijnt.

Hoe ontstaat osteoporose?

Wanneer het goede evenwicht er niet meer is tussen de cellen die bot aanmaken en de andere die bot afbreken, ontstaat osteoporose. Dan gaat er meer oud bot weg dan er nieuw bijkomt en verliezen ze kalk. Ook de micro-architectuur gaat achteruit: er verdwijnen botbalkjes, en de gaatjes in de spons worden gaten.

Vooral de toestand van die sponsachtige binnenkant is belangrijk. Sommige mensen hebben namelijk te weinig kalk in hun botten maar breken ze toch niet, omdat de binnenkant nog goed is. Andere mensen hebben meer kalk dan die eerste groep, maar breken wel beenderen, omdat de binnenkant te zwak geworden is. Je kan het vergelijken met een houten barkruk, met dwarslatten tussen de poten. Op zo een stoel kan je zonder probleem gaan zitten. Hij kan je gewicht urenlang dragen. Maar als iemand stiekem de dwarslatten doorzaagt, dan glijden de poten uit elkaar en val je met stoel en al omver. Toch is die stoel nog even zwaar als daarvoor. Hij is immers maar een héél klein beetje zaagsel kwijt, daar waar de dwarslatten zijn doorgezaagd. Die dwarslatten maakten de stoel sterk, net zoals de micro-architectuur dat voor de botten doet.

Meer over onze botten

Een belangrijke bouwstof van onze botten is calcium, ofwel kalk. Dat calcium moeten we halen uit wat we eten.

Onze botten hebben veel taken in ons lichaam.

  • Ze houden ons rechtop: zonder hen zou ons lichaam een slappe zak zijn.
  • Samen met de spieren die aan de botten vastzitten, zorgen ze ervoor dat we kunnen bewegen.
  • Ze beschermen onze kwetsbare organen vanbinnen in ons lichaam. Zoals onze hersenen, ons hart en onze longen.

Ze lijken wel wat op een ouderwets brood of een ciabatta: een harde korst vanbuiten, maar zacht kruim vanbinnen. De buitenkant van onze botten bestaat uit een keiharde witte laag. Vanbinnen zit een vlechtwerk van kleine balkjes bot met gaatjes ertussen. Het doet denken aan een spons. Dokters en wetenschappers noemen die zachte binnenkant de micro-architectuur. Samen maken de harde buitenkant en de sponsachtige binnenkant onze beenderen niet alleen sterk, maar ook licht en veerkrachtig.

Ze leven: ze hebben speciale cellen die nieuw bot bijmaken, en andere die oud bot afbreken. In gezonde botten houden die twee soorten cellen elkaar in evenwicht. Dan komt er evenveel bot bij als er verdwijnt. Zo blijft het bot jong, gezond en sterk.

Klachten

Wat wijst op osteoporose?

  • ​De ziekte begint zonder dat je het weet. Je merkt er jarenlang niets van, tot je iets breekt. Meestal begint het met een gebroken pols. Jaren later kun je ook een heup breken.
  • Je ruggenwervels kunnen zomaar en vanzelf inzakken. Ze worden aan de kant van je buik lager dan aan de kant van je rug. Daardoor word je centimeters kleiner en krijg je een bolle bovenrug. Meestal doet dat geen pijn, maar soms wel.

Diagnose

Veel mensen ontdekken pas dat ze osteoporose hebben wanneer ze iets breken. Maar je kan het natuurlijk beter vroeger weten. Dan kan je voorkomen dat je iets breekt. Lees daarom de risicofactoren goed na. Denk je dat jij misschien ook gevaar loopt? Praat er dan over met je huisarts. Die zal je onderzoeken en beslissen of het nodig is om je verder te laten onderzoeken. Het belangrijkste botonderzoek is de botdensitometrie. Dat meet de hoeveelheid kalk in je botten. Dat is ongevaarlijk en pijnloos. Je mag er zelfs je kleren voor aanhouden.

Behandelen

​De dokter beslist of je een behandeling nodig hebt. Bijvoorbeeld of je extra calcium en/of vitamine D nodig hebt, of ook een behandeling met een geneesmiddel. Die geneesmiddelen genezen osteoporose niet, maar ze maken de kans kleiner dat je iets breekt. Geneesmiddelen hebben ook bijwerkingen. Ze kunnen vervelend zijn. Maar als je niets neemt en over 10 jaar je heup breekt, dan ben je er veel erger aan toe. Je moet dan maandenlang herstellen en revalideren. Bovendien sterven ook tamelijk veel oude mensen aan de gevolgen van een gebroken heup.

Er bestaan verschillende soorten geneesmiddelen.

  • Hormoontherapie. Dat zijn vrouwelijke hormonen die je eigen vrouwelijke hormonen vervangen. Na de overgang of de menopauze maakt je lichaam immers zelf geen vrouwelijke hormonen meer. De hormoontherapie behandelt meteen ook andere lastige overgangsverschijnselen zoals opvliegers ofwel vapeurs. Maar ze maken ook de kans op borst- en baarmoederkanker wat groter.
  • SERMs zijn halfhormonen. Ze werken alleen tegen osteoporose en niet tegen andere menopauzeverschijnselen. Maar zij verhogen de kans op borst- en baarmoederkanker niet.
  • Bisfosfonaten vertragen de afbraak van oud bot, terwijl er wel nieuw bot bijkomt. Je moet ze maar een aantal jaren gebruiken, omdat ze zich vastzetten aan het calcium in je botten en daar voor vele jaren blijven zitten.
  • Denosumab is een tamelijk nieuw middel. Het remt de botafbraak af. Dit middel moet je blijven nemen, anders verlies je weer bot.

Voorkomen

Hoe verklein je je risico op botontkalking? Door gezond te leven, te eten en te bewegen. Hoe jonger je daarmee begint, hoe beter het werkt. Alle dingen die je als volwassene kan doen om osteoporose te voorkomen, zijn zelfs nog belangrijker voor kinderen en jongeren.

Wanneer we jong zijn, bouwen we ons bot op. Dan maken we meer nieuw bot aan dan er oud bot verdwijnt. Rond onze dertigste verjaardag bereiken we onze piekbotmassa: de grootste hoeveelheid bot die we in ons leven hebben. Na de leeftijd van 35 beginnen we al heel langzaam bot te verliezen. Hoe groter je piekbotmassa is, des te meer heb je dus opgespaard als reserve voor later.
Maar veel kinderen en tieners van vandaag lopen meer gevaar dan hun ouders en grootouders om later osteoporose te krijgen. Ze leven nu al ongezond, waardoor ze hun piekbotmassa niet goed opbouwen. Ze ravotten of sporten niet genoeg en zijn de hele tijd binnen bezig met hun smartphone of pc. Bovendien drinken ze veel frisdrank en eten ze vette en zoete snacks. Sommigen beginnen ook al vroeg te roken en te drinken. Leef je zelf gezond, dan geef je zo het goede voorbeeld aan je kinderen.

Niet roken en drinken

Sigaretten en alcohol zijn allebei heel slecht voor de botten. Bij mannen zijn ze zelfs de belangrijkste risicofactor voor osteoporose. Rook dus niet of stop met roken. Als je dat in je eentje niet lukt, volg dan een rookstopcursus.  Drink ook niet meer dan twee glazen alcohol per dag.

Veel bewegen

Als je stapt of loopt, maak je je botten sterker. Mensen zijn immers gemaakt om te stappen, niet om te rijden. Bij elke voetstap krijgen je botten een schokje. Dat is een signaal voor ze om nieuw bot bij te maken. Stap je niet meer, dan valt dat signaal weg en ontkalken je botten. Bijvoorbeeld, astronauten die maandenlang gewichtloos in de ruimte leven, verliezen ondertussen veel bot. Maar ook op aarde de hele dag stilzitten is slecht.
Beweeg regelmatig. Dat is beter dan één keer per week een uur intensief sporten en de rest van de tijd stilzitten. Maak daarom minstens elke dag een wandeling. Ook de trap nemen is erg goed. Actief sporten zoals joggen is natuurlijk ook prima, net als dansen. Fietsen is een beetje minder goed omdat je dan neerzit en je botten dat schokje niet krijgen. Maar door te fietsen train je wel je hart en versterk je je spieren.
Sterke spieren maken ook sterke botten. Met sterke spieren val je bovendien minder gemakkelijk. Ook als je al oud bent, kan je je spieren nog sterker maken. Het is nooit te laat om toch te blijven bewegen en zo te houden wat je hebt.

Gezond eten

Geen rare diëten of dure superfoods heb je nodig, maar wel een gewone en gezonde voeding met veel afwisseling. Net zoals iedereen. Dan krijg je alle belangrijke voedingsstoffen binnen. In de voedingsdriehoek zie je waar je veel en weinig mag van eten en drinken:
  • Veel verse groenten en fruit: ze zijn allemaal prima, maar wissel vaak af.eel verse groenten en fruit: ze zijn allemaal prima, maar wissel vaak af.
  • Aardappelen en graanproducten zoals brood, rijst en pasta. Kies liefst volkoren producten.
  • Niet te veel maar ook niet te weinig vlees, vis of peulvruchten, eieren en melkproducten.
  • Zo weinig mogelijk snoep, gebak, frisdrank, alcohol en vette snacks. We hebben ze niet nodig want behalve calorieën die ons dik maken, zitten er bijna geen nuttige voedingsstoffen in. Ze zijn dus alleen een extraatje.  
Voor je botten moeten er wel genoeg calcium en eiwitten in je voeding zitten. Ze zijn niet alleen belangrijk voor je botten, maar ook voor je spieren.

Calcium

We verliezen elke dag vanzelf een beetje calcium, dus hebben we elke dag vers calcium uit onze voeding nodig.
  • In melk en melkproducten zoals kaas en yoghurt vind je het meeste calcium. Bovendien bevatten ze ook veel eiwitten. Daarmee scoor je dus twee in één. Kies liefst halfvolle of magere melkproducten, want daarin zit evenveel calcium maar minder vet dan in volle. Ook in sommige groenten en fruit zit tamelijk veel calcium. Je hoort of leest wel eens dat calcium uit melk niet zo goed is voor de gezondheid als calcium uit planten, maar dat is niet bewezen.
  • Lust of verdraag je geen melk? Gebruik dan wel plantaardige melkproducten, die gemaakt zijn van bonen, noten of granen. Pas op, want plantaardige melk is niet hetzelfde als echte melk: er zit van nature weinig of geen calcium in. Aan sojamelk die je koopt is daarom al calcium toegevoegd, maar bijvoorbeeld aan haver-, rijst of notenmelk niet altijd. Lees daarom goed de verpakking en koop een product waarop staat dat het met calcium verrijkt is.

Eiwitten

Eiwitten zijn een heel belangrijke bouwstof voor ons hele lichaam. Je vindt ze in dierlijke voedingsmiddelen zoals vlees, vis, melkproducten en eieren, maar ook in plantaardige zoals brood, rijst, pasta en peulvruchten zoals bonen en linzen.
Er is wel een verschil tussen de dierlijke en de plantaardige eiwitten. Eiwitten bestaan zelf uit bouwsteentjes: de aminozuren. Sommige aminozuren kan ons lichaam zelf maken, andere moeten we uit ons voedsel halen. In dierlijke eiwitbronnen zitten alle nodige aminozuren bij elkaar. Plantaardige voedingsmiddelen moet je combineren om alle aminozuren samen te hebben, bijvoorbeeld bonen met rijst. Er is één uitzondering: ook soja bevat alle noodzakelijke aminozuren bij elkaar.

Vitamine D

Het calcium uit onze voeding komt alleen in onze botten terecht als we ook genoeg vitamine D hebben. Onze huid maakt vitamine D wanneer we ermee in de zon komen. Kom dus vaak genoeg buiten, maar bescherm je tegen zonnebrand als de zon fel is. Er zit ook een klein beetje vitamine D in sommige margarines en in vette vis zoals zalm, haring en makreel. Maar in de zon komen is toch veel belangrijker.
 
In België zit de zon vaak achter de wolken en in de winter schijnt ze niet lang. Vitamine D-tekort komt daardoor bij ons meer voor dan je zou denken. Sommige mensen lopen bovendien extra gevaar.
 
  • Oudere mensen. Hoe ouder je bent, hoe minder gemakkelijk je huid vitamine D kan aanmaken.
  • Een donkere huid. Kom je uit een warm land, dan heb je meer zonlicht nodig dan mensen uit koude landen met een lichte huid.
  • Erfelijkheid. Ook al wonen we in het noorden, toch zitten er tussen onze voorouders ook mensen uit het zuiden, vooral uit Spanje.
  • Als je huid heel weinig in de zon komt. Bijvoorbeeld als je het grootste deel van je lichaam met kleding bedekt of erg weinig buitenkomt.
  • Sommige ziekten maken het voor ons lichaam moeilijk om vitamine D te maken. Zoals een lever- of nierziekte. Ook sommige geneesmiddelen doen dat, zoals sommige middelen tegen epilepsie.
Bij de huisarts kan je laten testen of je vitamine D-tekort hebt. De dokter kan je ook een goed vitaminesupplement voorschrijven.  

Zorg dat je niet valt

Mensen met osteoporose breken vaak iets wanneer ze vallen of struikelen. Hoe ouder je wordt, hoe gemakkelijker je valt.  Dit kan je zelf doen om valpartijen te voorkomen.
 
  • Doe losse matten en tapijten met omkrullende hoeken weg.
  • Laat geen kabels en snoeren op de grond liggen.
  • Kijk uit voor gladde vloeren, vooral in de badkamer.
  • Pas op voor tuinpaden die glad zijn door mos of afgevallen bladeren.
  • Plaats een handvat of steuntje aan je bad en toilet.
  • Zorg voor goede nachtverlichting, vooral tussen de slaapkamer en de badkamer.
  • Installeer een dubbele leuning aan de trap: een aan elke kant. Van de trap vallen is levensgevaarlijk.
  • Draag schoenen en pantoffels die goed aansluiten en een anti-slipzool hebben.
  • Laat regelmatig je voeten verzorgen als je voetproblemen hebt.
  • Kom langzaam recht als je zit of neerligt. Zo voorkom je dat je duizelig wordt of zelfs flauwvalt doordat je bloeddruk plots daalt.
  • Slaap- en kalmeermiddelen maken je suf. Houd daar rekening mee.
  • Zie je genoeg en is je bril nog goed? Laat je ogen op tijd onderzoeken bij de oogarts.
  • Blijf bewegen.
  • Volg een cursus valpreventie bij een gespecialiseerde kinesist of informeer of er in je buurt groepslessen zijn.

Oorzaken

Osteoporose is de optelsom van veel verschillende risicofactoren, ofwel risico's dat je de ziekte krijgt. Elke risicofactor vergroot een beetje de kans dat je iets breekt. Hoe meer van die risicofactoren je samen hebt, des te groter is dus de kans dat je iets breekt. En omgekeerd. Tegen sommige risicofactoren kan je niets doen, maar tegen veel andere wel.

Geslacht

Als vrouw loop je meer risico dan als man. Dat komt vooral door de overgang of menopauze. Je lichaam maakt vanaf de leeftijd van ongeveer 50 jaar geen vrouwelijke hormonen meer aan. Die hormonen bewaarden het goede evenwicht tussen de cellen die bot maken en de cellen die bot afbreken. Zonder die hormonen verdwijnt er veel meer oud bot dan dat er nieuw bot bijkomt. Daardoor krijgen meer vrouwen dan mannen osteoporose. Toch kunnen ook mannen osteoporose krijgen. Het zijn er wel minder dan vrouwen, en het begint bij hen meestal ook later.

Leeftijd

Hoe ouder je wordt, hoe minder goed je lichaam oud bot kan vervangen door nieuw bot. Toch is osteoporose meer dan alleen een gevolg van ouder worden.

Erfelijkheid

Je kan de aanleg voor broze botten van je ouders geërfd hebben. Heeft één van hen bijvoorbeeld op oudere leeftijd een heup gebroken, dan is dat een waarschuwingssignaal voor jou: je zou het ook kunnen krijgen of al hebben.

Ziekten en geneesmiddelen

Sommige ziekten hebben een slechte invloed op de sterkte van je botten. Zoals reumatoïde artritis, diabetes en sommige ziekten van de schildklier. Ook bepaalde geneesmiddelen hebben dat. Het bekendste is cortisone, vooral als je er lang of veel moet van nemen. Bijvoorbeeld tegen een zware vorm van reuma of een ernstige darmziekte. De hoeveelheid cortisone in een puffer tegen astma is veel te klein om osteoporose te veroorzaken. Gebruik dus wel je puffer, want het is veel belangrijker dat je je astma goed behandelt. 

Te weinig wegen of niet goed eten

Genoeg wegen is belangrijk: je botten moeten gewicht dragen om sterk te worden en te blijven. Ook het gewicht van je eigen lichaam telt mee. Je moet dus genoeg eten om genoeg te wegen. Voor sommige mensen is dat moeilijk: ze eten nochtans goed, maar blijven toch heel erg licht.
 
Andere mensen eten wel te weinig en zijn ondervoed. Dat is een nog groter probleem, want dan krijgt je lichaam niet genoeg voedingsstoffen. Ook je botten niet. Bijvoorbeeld, als je in je puberteit een eetstoornis hebt, dan kan je voor de rest van je leven minder sterke botten hebben. Ook oude mensen zijn soms ondervoed. Bijvoorbeeld doordat ze niet goed meer kunnen kauwen, boodschappen doen of koken. Ze gaan dan te weinig eten, of te vaak hetzelfde.

 

Verschenen op 17 januari 2018 met medewerking van professor Jan Van Offel, osteoporosespecialist UZA en Michaël Sels, hoofddiëtist UZA

Contacteer ons

Algemene vragen en vragen over jouw ziekteverzekering