Nierfalen of nierinsufficiëntie

Nierfalen of nierinsufficiëntie betekent dat je nieren niet goed meer werken. Dit kan plots ontstaan, maar meestal gaat het om een trage onmerkbare achteruitgang. Met het verouderen verslecht de nierfunctie van iedereen. Maar een hoge bloeddruk, suikerziekte en ziekten van hart- en bloedvaten versnellen het proces. Pas wanneer je al het grootste deel van je nierfunctie kwijt bent, merk je daar lichamelijk wat van. Wie een verhoogd risico heeft op chronisch nierfalen, laat zich daarom beter op tijd testen met een bloedonderzoek. Wat je al verloren hebt, kan je niet meer terugwinnen. Maar met een goede opvolging en een gezonde levensstijl kan je het neerwaartse proces wel afremmen. Daarom biedt de overheid het zorgtraject chronische nierinsufficiëntie.

Wat

​Wat doen de nieren?

De nieren liggen in de buik, onder de ribben en aan weerszijden van de ruggengraat. Ze hebben de vorm van een boon en zijn ongeveer 12 cm lang. Uit elke nier vertrekt een urineleider naar de blaas. Ze voeren verschillende taken uit:

  • Ze filteren afvalstoffen uit ons bloed. Die afvalstoffen plassen we uit met de urine.
  • Ze houden de hoeveelheid water en zout in ons lichaam stabiel.
  • Ze produceren een aantal hormonen, die een rol spelen in de bloeddruk, de aanmaak van rode bloedcellen en de kalkhuishouding van het lichaam. 

Als de nieren het laten afweten, heeft dat gevolgen voor het hele lichaam.

  • Afvalstoffen en vocht stapelen zich op.
  • De bloeddruk raakt ontregeld.
  • Bloedarmoede.
  • De kwaliteit van je botten gaat achteruit. 

Wat is nierfalen?

Nierfalen of nierinsufficiëntie betekent dat de nieren niet goed meer werken. Er bestaan twee vormen van nierfalen.

  1. Acuut. Je nieren laten het plots helemaal afweten. Dat wordt ook een nierblokkage genoemd. Zo’n plots nierfalen ontwikkelt zich in de loop van uren tot dagen. De oorzaak is meestal een bloedvergiftiging door bacteriën. Maar het kan ook ontstaan door inname van chemische stoffen zoals bepaalde geneesmiddelen, vergif of zelfs door de beet van een gifslang. Dit is een levensbedreigend probleem, dat snel behandeld moet worden in een ziekenhuis. Met de juiste behandeling herstellen de nieren zich meestal helemaal en functioneren ze na enkele weken weer normaal, maar soms is er blijvende nierschade.
  2. Chronisch. Dit is een sluipende aantasting. De nierfunctie gaat heel traag en onmerkbaar achteruit, soms in de loop van enkele weken, maar meestal in de loop van enkele tientallen jaren. Je begint het pas te voelen als er maar 1/4 tot 1/5 van de nierfunctie overblijft. Dat komt omdat de nieren een heel grote reservecapaciteit hebben. Daardoor kunnen we bijvoorbeeld probleemloos leven met één gezonde nier.

Wat je verloren hebt, kan je niet meer terugwinnen. De nieren herstellen zichzelf niet. Integendeel, ze gaan steeds verder achteruit, tot alleen nog nierdialyse of een niertransplantatie je leven kan redden.

Wel kan je dat neergaande proces afremmen, zodat je dat laatste stadium een hele tijd kan uitstellen. 

Hoe vaak komt het voor?

Minstens 10% van de hele bevolking heeft minder dan 50 % van haar normale nierfunctie. Dat lijkt veel, maar daar zijn ook vele oude mensen bijgeteld. Vermindering van de nierfunctie op hoge leeftijd is normaal. Haal je oude mensen uit de statistieken, dan blijft er ongeveer 5% over. 

Vijf stadia

Nierinsufficiëntie wordt ingedeeld in stadia volgens de ernst, van 1 tot 5.

  1. heel lichte ontregeling van de nieren
  2. lichte ontregeling
  3. je hebt nog  1/2de tot 1/4de over van je normale nierfunctie
  4. je hebt nog 1/4de tot 1/8ste over
  5. je nieren werken helemaal niet meer. Om te blijven leven heb je nierdialyse of een niertransplantatie nodig. 

De meeste mensen met nierfalen verkeren in de eerste twee stadia. 5% van alle mensen met chronisch nierfalen zit in stadium drie en maar heel weinigen halen nog de laatste twee stadia. De meesten zijn namelijk al eerder overleden aan hartproblemen.

Er zijn dus relatief weinig mensen meer met chronische nierinsufficiëntie die nog aan de nierdialyse komen. Alleen wie gezond genoeg is, komt in aanmerking voor een niertransplantatie. Dat is het geval voor een belangrijk deel van de mensen die lijden aan chronische nierinsufficiëntie. Een gezonde levensstijl is dus echt wel belangrijk om dit soort zware problemen te voorkomen.

Diagnose

Hoe nierfalen opsporen?

Hoe sneller je nierfalen opspoort, hoe beter. Dan kan je het neerwaartse proces in de nieren zelf vertragen en de verwikkelingen elders in je lichaam voorkomen.

Die snelle opsporing is net het grote probleem. Omdat de achteruitgang zo sluipend verloopt en je lang geen typische klachten hebt, gaat niemand uit zichzelf naar de dokter om zich op nierfalen te laten onderzoeken. 

Heb je een verhoogd risico, dan laat je de toestand van je nieren beter eens controleren. Pols je behandelde arts daarover bij je volgende bezoek als

  • je al suikerziekte, een hoge bloeddruk of een aandoening van hart- en bloedvaten hebt
  • je al een dagje ouder bent
  • je cholesterol te hoog is
  • nierziekten in de familie zitten
  • je rookt
  • je zwaarlijvig bent
  • als je nieren waarschijnlijk door een andere oorzaak beschadigd zijn. Bijvoorbeeld als je vaak geneesmiddelen moet nemen of genomen hebt die slecht zijn voor de nieren, zoals pijnstillers of ontstekingsremmers. 

Alleen wie beroepshalve in contact komt met chemische stoffen die slecht zijn voor de nieren, wordt door de arbeidsgeneeskundige dienst gescreend.

Iedereen screenen voor nierfalen heeft geen zin, want de meeste volwassenen in de actieve leeftijd hebben geen nierfalen. Bij hen is het opsporen van een hoge bloeddruk veel zinvoller, omdat dat veel vaker voorkomt en je daar ook niets van merkt. Als je daarvoor goed behandeld wordt, worden vanzelf ook je nieren beter beschermd. 

Opsporing in de praktijk

  • Een eenvoudig bloedonderzoek is voldoende. Het meet de hoeveelheid creatinine, een afvalstof die uit de spieren komt. Goed functionerende nieren verwijderen het creatinine uit het bloed, waarna je het uitplast met de urine. Hoe slechter je nieren functioneren, des te meer creatinine blijft er in je bloed zitten. Het creatinine fungeert dus als een maatstaf. Het vergt wel enige ervaring van de dokter om deze testwaarde juist te interpreteren, omdat het verband tussen de creatininewaarde en de nierfunctie niet rechtlijnig is.
  • In de urine kan eiwit opgespoord worden. Goedwerkende nieren laten geen eiwitten uit het bloed in de urine terechtkomen. Gebeurt dat toch, dan is er iets mis met je nieren.

Klachten

​Van chronisch nierfalen voel je lange tijd weinig tot niets. Als je toch iets merkt, dan is het meestal een hoge bloeddruk. Een hoge bloeddruk kan echter vele andere oorzaken hebben dan nierfalen.

Pas als de nieren het overgrote deel van hun functie verloren hebben, krijg je last van klachten. Dit zijn de belangrijkste:

  • vermoeidheid en slaperigheid
  • droge huid en jeuk
  • minder eetlust, misselijkheid
  • onverklaarbaar gewichtsverlies
  • spierzwakte
  • tintelingen in handen en voeten 

Ook die symptomen kunnen veel andere oorzaken hebben en wijzen dus niet alleen in de richting van nierfalen.

Voorkomen

  • Een gezonde levensstijl is de beste manier om niet alleen chronisch nierfalen te voorkomen, maar ook de andere aandoeningen die nierfalen veroorzaken. Heb je al nierschade, dan moet een gezonde levensstijl de verdere achteruitgang afremmen.   
  • Beweeg genoeg.
  • Eet gevarieerd, en vooral niet te veel dierlijke eiwitten. Dus minder vlees, eieren en zuivel. Vis is beter dan vlees maar ook daar moet je niet mee overdrijven. Plantaardige eiwitten zoals soja en granen zijn een goed alternatief. Eet genoeg vezels, verse groenten en vers fruit.
  • Hou je gewicht onder controle.
  • Rook niet.
  • Houd je bloeddruk en suikerspiegel goed geregeld

Geneesmiddelen

Er bestaan geen specifieke geneesmiddelen tegen chronisch nierfalen. Er worden wel geneesmiddelen voorgeschreven om je hart en bloedvaten te beschermen, met de bedoeling de verdere achteruitgang te remmen.

  • Bloeddrukverlagende middelen zoals ACE-inhibitoren en angiotensine-receptorblokkers.
  • Aspirine.

Zorgtraject

​Om mensen met chronische nierinsufficiëntie beter te begeleiden, bestaat het zorgtraject chronische nierinsufficiëntie’. Als je nierfunctie met ten minste 60% is afgenomen, kom je in aanmerking voor dat zorgtraject.

  • Je huisarts registreert je voor het zorgtraject en begeleidt je medisch.Je huisarts is de centrale persoon tussen jezelf en je nierspecialist, de nefroloog.
    Naarmate de insufficiëntie erger wordt en de nieren steeds slechter werken, heb je gespecialiseerder zorg nodig en neemt de nefroloog de medische begeleiding geleidelijk van de huisarts over. De dosis van je geneesmiddelen wordt dan aangepast, je hebt extra geneesmiddelen en voedingssupplementen nodig, en je moet misschien een speciaal dieet gaan volgen.
  • Je hebt bij het zorgtraject alleen maar voordelen: alle remgelden bij je huisarts en nefroloog worden afgeschaft, ook voor consultaties die niet met de nieren te maken hebben. Je krijgt een gratis bloeddrukmeter, een korting op consultaties bij een diëtiste en de afschaffing van remgelden op sommige geneesmiddelen. Die voordelen stoppen echter als je aan de dialyse gaat of een transplantatie krijgt.

Oorzaak

​Er zijn veel verschillende mogelijke oorzaken voor chronisch nierfalen. De belangrijkste zijn:

  • diabetes of "suikerziekte"
  • hoge bloeddruk
  • hart- en vaatziekten, zoals aderverkalking
  • de leeftijd: naarmate je ouder wordt, neemt de nierfunctie vanzelf af. 

Die verschillende oorzaken houden allemaal verband met de toestand van je bloedvaten.

  • Suikerziekte, hoge bloeddruk en veroudering beschadigen allemaal de bloedvaten, dus ook de filterende bloedvaatjes in de nieren.
  • Nierinsufficiëntie beschadigt zelf de bloedvaten. Chronische nierinsufficiëntie is dus zowel een oorzaak als een gevolg van hart- en vaatziekten. De twee versterken elkaars effect. Als je ongeveer de helft van je nierfunctie kwijt bent, loop je daardoor een even groot risico op ziekten van hart en bloedvaten als wanneer je diabetes hebt. Ook diabetes en nierfalen versterken elkaars effect.
  • Doordat nierfalen zo slecht is voor hart en bloedvaten, kan het leiden tot bijvoorbeeld een hartaanval of een beroerte.

Verschenen op 29 juli 2011 en aangepast op 4 maart 2015 met medewerking van professor Raymond Vanholder, diensthoofd nefrologie, UZ Gent.

Contacteer ons

Algemene vragen en vragen over jouw ziekteverzekering