Neusbloeding

Bijna iedereen heeft ooit wel eens een bloedneus. De oorzaak ligt bij een beschadigd bloedvaatje vanbinnen in de neus. Meestal is er niets ergs aan de hand en gaat het vanzelf over.
Sommige neusbloedingen laten zich moeilijk stoppen. Daarmee moet je naar de huisarts, de neus-, keel-, oorarts of zelfs naar de spoedafdeling van het ziekenhuis. Doorgaans kan het bloeden afdoende gestelpt worden; heel soms is een medische ingreep nodig.

 

Wat is een bloedneus?

  • De binnenkant van onze neus is bekleed met kwetsbaar slijmvlies, waar doorheen bloedvaten lopen. Raakt zo’n bloedvat beschadigd, dan kan je een bloedneus krijgen. Dat kan op twee plaatsen in de neus gebeuren: vooraan en achteraan. De wetenschappelijke naam voor een neusbloeding is epistaxis.
  • Negentig procent van alle neusbloedingen ontstaan vooraan in de neus, namelijk op het neustussenschot, de wand die onze twee neusgaten van elkaar scheidt. Op dat tussenschot zit een netwerk van bloedvaatjes, de plexus van Kiesselbach genaamd. Wanneer een van die bloedvaatjes gaat bloeden, stopt dat meestal vanzelf na korte tijd. Dit soort bloedneuzen is helemaal onschuldig en ongevaarlijk.
  • Tien procent van de bloedingen gebeurt achteraan in de neus. Dan gaat een van de slagadertjes die zich daar bevinden aan het bloeden. Dat soort bloeding is heviger en vaak moeilijker te stoppen.
  • Bloedneuzen komen het vaakst voor bij kinderen tot 12 jaar oud en bij 40-plussers.

Oorzaken

Alles wat het neusslijmvlies kwetsbaarder maakt en de bloedvaatjes erin kan beschadigen:

  • Neuspeuteren.
  • Een slag of stoot op de neus.
  • Droge lucht en plotse temperatuurschommelingen. Bijvoorbeeld wanneer je van de winterkou in de warmte van je huis stapt. Daardoor droogt het neusslijmvlies uit.
  • Een verkoudheid, (chronische) rhinosinusitis of een allergie van de luchtwegen, bijvoorbeeld hooikoorts. In die omstandigheden moet je erg vaak je neus snuiten en is je neusslijmvlies ook extra kwetsbaar.
  • Bij verkeerd gebruik van neussprays op basis van cortisone. Je verstuift correct als je naar de neusvleugel verstuift, weg van het neustussenschot.
  • Cocaïnesnuiven. Cocaïne doet de bloedvaten samentrekken, waardoor het slijmvlies en het kraakbeen van het neustussenschot te weinig zuurstof en voedingsstoffen krijgen. Daardoor gaan ze wegteren en afsterven. Zo ontstaat zelfs een gat in het neustussenschot. Zeker als je peutert aan de korstjes aan de randen van dat gat, kan je een bloedneus uitlokken.
  • Het gebruik van bloedverdunners. Als de dosis niet goed geregeld is, stolt je bloed tè traag en kunnen spontane bloedingen ontstaan.
  • Aangeboren stollingsstoornissen waardoor het bloed zeer moeilijk stolt.
  • De ziekte Rendu Osler-Weber. Deze zeldzame ziekte veroorzaakt afwijkingen aan de bloedvaten in het hele lichaam. De ziekte is erfelijk en komt dus vaak in families voor.
  • Een tumor in de neus, al is dat heel zeldzaam. Heb je vaak en altijd aan dezelfde kant onverklaarbare neusbloedingen en heb je bovendien last van een verstopte neus, dan moet je dat om die reden laten onderzoeken.
    Neustumoren kunnen goed- of kwaadaardig zijn.
  • Een hoge bloeddruk veroorzaakt misschien ook neusbloedingen. De deskundigen zijn het daarover nog oneens. 

Een bloedneus voorkomen

  • Niet neuspeuteren.
  • Laat je neus niet te veel uitdrogen, vooral wanneer je veel moet niezen en snuiten. Spoel daarom je neus regelmatig met lichtzout water, of smeer wat vette zalf zoals vaseline aan de binnenkant van de neus. Doe dat voorzichtig met je vinger.
  • Laat je allergie of sinusitis goed behandelen.
  • Vermijd te droge lucht in huis. 

Onderzoeken

Voor een banale neusbloeding is nader onderzoek helemaal niet nodig. De meeste mensen gaan met zo’n bloedneus trouwens niet eens naar de dokter.

Beland je met een zware neusbloeding in het ziekenhuis, dan is onderzoek wel nodig.

  • De neus wordt met een endoscoop of kijkbuis onderzocht, om te zien waar de bloeding zit.
  • Een bloedonderzoek om te controleren hoe het zit met de bloedstolling.
  • Een CT-scan gebeurt alleen als voorbereiding op een operatie.
  • Een MRI-scan wordt heel uitzonderlijk uitgevoerd. 

Wat moet je doen?

  • Blijf kalm en panikeer niet. De meeste neusbloedingen zien er indrukwekkender en gevaarlijker uit dan ze zijn.
  • Knijp je neus dicht met je vingers door op de neusvleugels te drukken, dus op het zachte deel. Zo druk je het kluwen bloedvaatjes op het neustussenschot dicht. Druk niet op het bovenste, benige deel van de neus.
  • Blijf rechtopzitten maar houd je hoofd voorovergebogen, zodat het bloed uit je neus stroomt. Houd het hoofd niet naar achter, want dan loopt het bloed via je keel naar je maag. Daardoor kan je misselijk worden en moet je misschien zelfs overgeven.
  • Leg iets kouds in de nek, zoals een ijskompres.
  • Doe dit 10 tot 15 minuten. Een gewone neusbloeding zou daarmee over moeten gaan.
  • Is het bloeden daarmee na twee keer proberen niet over, dan moet je naar de huisarts.
  • Blijft de bloeding erg hevig, ga dan naar de spoeddienst van het ziekenhuis. 

Medische behandeling bij erge gevallen

  • Cauterisatie

Blijft een bloedvaatje vooraan bloeden, dan kan het dichtgeschroeid worden. Dat heet cauterisatie. 

  • Stelpen

Sommige neusbloedingen stoppen niet vanzelf en laten zich meestal ook niet stoppen door cauterisatie. Dan wordt het bloeden gestelpt. Hiervoor bestaan verschillende soorten wieken, al dan niet in combinatie met een ballonnetje. Dat ballonnetje kan gevuld worden met water of lucht, waardoor het opzwelt in de neus en de bloeding dichtdrukt. Dit soort ingreep is behoorlijk pijnlijk, maar bijna alle zware neusbloedingen kunnen ermee gestelpt worden. De wiek of ballon moet 48 uur blijven zitten en gedurende die tijd moet je in het ziekenhuis verblijven. Je krijgt ook iets tegen de pijn. 

  • Chirurgie

Begint het bloedvat opnieuw te bloeden na verwijdering van de wieken of de ballon, dan blijft alleen een operatie over als manier om het afdoende te dichten

Welke ingreep gekozen wordt, hangt onder meer af van het bloedvat in kwestie dat bloedt. Na de operatie moet je nog 24 tot 48 uur in observatie in het ziekenhuis blijven, om er zeker van te zijn dat alles goed blijft.

Verschenen op 28 juni 2011 en aangepast op 17 juni 2015 met medewerking van prof. dr. Thibaut Van Zele, neus-, keel-, oorarts, UZ Gent

Contacteer ons

Algemene vragen en vragen over jouw ziekteverzekering