Longontsteking

Longontsteking is een gevaarlijke infectie in je longen. Je moet er snel de dokter bijhalen, want je kan ervan doodgaan als het niet goed behandeld wordt. Niet alleen als je oud of verzwakt bent, maar ook als je jong en gezond bent. Meestal veroorzaakt een bacterie de longontsteking. Daarom moet je antibiotica nemen om te genezen. Sommige mensen moeten bovendien een tijdje naar het ziekenhuis. De belangrijkste bescherming tegen longontsteking is de jaarlijkse griepprik. Er bestaat ook een speciaal vaccin tegen de bacterie die de meeste longontstekingen veroorzaakt: de pneumokok.

Wat

Een longontsteking is een infectie van de longblaasjes. Meestal is een bacterie de longen binnengedrongen. De pneumokok komt niet alleen het vaakst voor, ze is ook de gevaarlijkste soort. Iedereen kan daardoor een longontsteking krijgen.

Ons afweersysteem

In de lucht die we inademen zitten ook microscopisch kleine kiemen die ons ziek kunnen maken. Zoals virussen, bacteriën en schimmels. Gelukkig hebben we een beschermende barrière die de ziektekiemen tegenhoudt: in onze neus, in de luchtpijp en de vertakkingen zitten piepkleine trilhaartjes en cellen die slijm maken. Het slijm vangt de kiemen op en als een roltapijt brengen de trilhaartjes het slijm omhoog naar de keel. Dat slijm hoesten we op en slikken we in. In de maag overleven de ziektekiemen niet.
 

Soms geraken er toch genoeg ziektekiemen door de barrière om ons ziek te maken. Dan schiet ons afweersysteem in actie. Het zet 'soldaatjes' in om de kiemen uit te schakelen en ons te genezen. Zolang dat gevecht duurt, voelen we ons ziek.

Oorzaken

De ziektekiemen die longontstekingen veroorzaken zijn overal. We hebben zelfs allemaal een beetje pneumokokken in onze keel, maar daar worden we niet ziek van. Meestal worden we besmet door de pneumokokken van andere mensen. Vooral in de winter. Dan zitten we allemaal binnen dicht bij elkaar. We laten ook te weinig frisse lucht binnen omdat het buiten koud is. Zo kunnen er genoeg bacteriën van verschillende mensen tegelijk in een kamer zitten om iemand ziek te maken. Je wordt dus niet ziek van de kou of de tocht. Frisse lucht inademen is juist goed om besmettingen te voorkomen.

Als je weerstand verzwakt is of minder goed werkt, krijg je gemakkelijker een longontsteking.

    • Na griep of bronchitis. Dan is je beschermende barrière door die eerdere infectie al wat beschadigd en kunnen de bacteriën gemakkelijker in je longen dringen.
    • Als nog heel jong bent of al wat ouder.
    • Als je een andere (chronische) ziekte hebt.
    • Als je behandeld wordt tegen kanker.
Veel mensen die een longontsteking krijgen, hebben helemaal geen verzwakte weerstand. Ze hebben gewoon pech.

Longontsteking door andere oorzaken

  • Hoewel het minder voorkomt, kan ook een virus, schimmel of zelfs voedsel of speeksel dat je per ongeluk ingeademd hebt, een longontsteking veroorzaken. Vooral mensen met een verzwakte weerstand tegen ziekten krijgen daardoor een longontsteking. Bij mensen met een goed afweersysteem maken die veroorzakers geen kans.
  • Als je in het ziekenhuis verblijft voor een andere ziekte, kun je daar een longontsteking opdoen door een ziekenhuisbacterie. Dat gebeurt vooral bij mensen die er lang moeten verblijven en al verzwakt zijn door die andere ziekte.
  • Als je beademd moet worden op een dienst intensieve zorgen kun je ook daardoor een longontsteking oplopen.
 

Klachten

Wanneer het afweersysteem ziekmakende bacteriën in je longen ontdekt, gaat het ertegen vechten. Dat gevecht veroorzaakt mee de klachten.

  • Het begint vaak heel plots: het ene moment ben je nog gezond, 2 uur later ben je erg ziek.
  • Je voelt je veel zieker dan bij een griep of bronchitis.
  • Hoge koorts, tot wel 40°C. Of soms een te lage temperatuur.
  • Zweten en rillingen.
  • Hoesten, met of zonder gekleurde slijmen. Je afweersysteem maakt extra slijm aan om de bacteriën te bestrijden en naar buiten te werken. Maar vaak is het moeilijk om dat slijm op te hoesten.
  • Benauwdheid: er zit zoveel slijm in je longen zit dat de longblaasjes minder goed hun werk kunnen doen. Daardoor kan je lichaam te weinig zuurstof krijgen.
  • Pijn in de borst wanneer je hoest.
  • Stekende pijn bij het ademen.
  • Misselijkheid, geen eetlust. 
  • Oude mensen hebben niet altijd de typische klachten. Maar ze kunnen wel verward of suf zijn.

Behandelen

Raadpleeg meteen je dokter! Een longontsteking moet snel en goed behandeld worden, anders kan je eraan sterven. Niet alleen als je oud of verzwakt bent, maar zelfs als je jong en gezond bent. Zonder behandeling heb je wel 1 kans op 5 om eraan dood te gaan, met een behandeling maar 1 kans op 50.

  • De dokter luistert naar je verhaal en onderzoekt je. Door naar je longen te luisteren, kan de dokter de longontsteking meestal horen. 
  • Meestal gebeurt een RX-foto van de longen. Op de zieke long is een vlek te zien.
  • Een onderzoek om te weten welke kiem precies de longontsteking veroorzaakt heeft, gebeurt meestal niet. Het duurt namelijk een dag of vier tot de resultaten bekend zijn, maar je moet je geneesmiddelen veel sneller krijgen. Bovendien is het meestal toch de pneumokok.

Behandeling

  • De behandeling gebeurt met antibiotica. Zij doden de ziekmakende bacteriën. Je hoort wel eens in de media dat we te vaak antibiotica slikken wanneer het niet nodig is, maar als je een longontsteking hebt, moét je antibiotica nemen.
    Je moet de doos geneesmiddelen bovendien helemaal uitnemen, ook als je je al snel beter voelt!  Doe je dat niet, dan kunnen de bacteriën die nog niet dood zijn resistent worden tegen dat bepaalde antibioticum. Dan werkt het middel niet meer.
  • Ben je na 3 dagen niet genoeg opgeknapt, dan kan een tweede of ander soort antibioticum nodig zijn. Dan werd de bacterie die je ziek maakte toch niet gedood door het eerste geneesmiddel.
  • Tegen de pijn en de koorts werkt een ontstekingsremmer zoals Brufen en Voltaren goed.
  • Rust veel.
  • Eet en drink genoeg, vooral water. Dat helpt om de slijmen te verdunnen.
  • Rook zelf niet en blijf uit de buurt van sigarettenrook.

De meeste mensen kunnen thuis hun antibioticapilletjes nemen en uitzieken. De dokter kan echter beslissen dat je naar het ziekenhuis moet. Bijvoorbeeld, als je zuurstof nodig hebt, als je er erg slecht aan toe bent, als je ook een chronische ziekte hebt zoals COPD, of als er thuis niemand is die voor je kan zorgen.

Hoe lang ben je ziek?

  • Je bent een dag of 3 echt ziek met koorts, pijn en hoesten.
  • Na de derde dag voel je je veel beter, tenminste als alles gaat zoals het hoort. Maar het kan vanaf dan ook juist slechter gaan. Dan moet je zeker opnieuw de dokter raadplegen.
  • Je bent minstens 10 tot 14 dagen minder fit of werkonbekwaam, afhankelijk van het soort werk dat je doet. Het kan wel nog enkele weken tot maanden duren voor je weer helemaal fit bent.

Verwikkelingen

  • Vocht rond de longen komt vaak voor. Dan zit er vocht tussen de vliezen rond de longen en de borstkas. Dat vocht word opgezogen met een spuitje of afgevoerd via een klein slangetje. Dat gebeurt in het ziekenhuis.
  • Een longabces.  Dan zit er etter in de long zelf. Dat gebeurt vooral bij mensen die helemaal niet of niet goed werden behandeld. Zoals daklozen of vluchtelingen. Je kunt van zo'n abces sterven, maar het kan ook een sluimerende, 'stille' infectie worden die blijft aanslepen. Dat moet ook met antibiotica behandeld worden.
  • Bloedvergiftiging of sepsis. Dan verspreidt de bacterie zich via het bloed naar de rest van je lichaam. Dat is levensgevaarlijk en moet op de afdeling intensieve zorgen behandeld worden. Het komt vooral voor bij mensen met een minder goede weerstand.
  • Hersenvliesontsteking. Bij oude mensen is longontsteking de belangrijkste oorzaak van hersenvliesontstekingen.

Voorkomen

  • Rook niet of stop met roken: roken maakt je vatbaarder voor een longontsteking.
  • Er bestaan vaccinaties die beschermen tegen longontsteking.
    • Griepvaccinatie. Vaak is longontsteking een gevolg van griep. Als je geen griep krijgt, kan je als gevolg daarvan ook geen longontsteking krijgen.
    • Pneumokokkenvaccinatie. Ze is vooral bestemd voor mensen die een minder goede afweer hebben:
        • Mensen die geen milt meer hebben.
        • Alle gezonde mensen ouder dan 65.
        • Mensen tussen 18 en 65 met een chronische ziekte. Dan beslist vaak de dokter of de vaccinatie nodig is. Voor baby's zit de inenting in het vaccinatieschema van Kind en Gezin.

Ons ziekenfonds geeft tegemoetkomingen voor vaccins. Meer info vind je bij onze ledenvoordelen.

Verschenen op 4 april 2018 met medewerking van professor Eef Vanderhelst, diensthoofd longziekten volwassenen, Universitair Ziekenhuis Brussel.

Contacteer ons

Algemene vragen en vragen over jouw ziekteverzekering