Galstenen

Veel mensen hebben galstenen zonder het te weten. Wie een galsteenkoliek doormaakt, is meteen op de hoogte. Want dat is zeer pijnlijk. Je laat ze beter weghalen om verwikkelingen te vermijden. Meestal kan dat met een kijkoperatie. Zitten de stenen in de galblaas zelf, dan wordt die samen met de stenen verwijderd. Zonder galblaas kan je een volkomen normaal leven leiden.

Wat

Gal is een bitterzoute, geelgroene tot bruine vloeistof die wordt geproduceerd door de levercellen. Ze bestaat uit water, galzouten, cholesterol en het gele galpigment bilirubine. Twee grote galwegen komen uit de lever en komen samen tot één galweg. Langs daar vloeit de galvloeistof naar de galblaas. Daar wordt ze bewaard en ingedikt.
De galblaas is een peervormig zakje dat onderaan rechts voor de lever ligt. Ze wordt afgesloten door een kleine sluitspier, de sfincter van Oddi. Wanneer we niet eten, is die sluitspier gesloten.
Beginnen we te eten, dan trekt de galblaas samen. De sluitspier ontspant zich en de gal vloeit uit de galblaas in de galweg naar de twaalfvingerige darm, het begin van de dunne darm. Op diezelfde plek vloeien ook verteringssappen uit de alvleesklier in de dunne darm.
Nu komen de galzouten in actie. Zij lossen de vette bestanddelen van het voedsel op, waardoor ze opgenomen kunnen worden door de darmwand. Ze werken zoals een afwasmiddel op een vette vaat.

Galstenen
De ene galsteen is de andere niet. Hij kan zo klein zijn als een zandkorrel of zo groot als een golfbal! Je kan er eentje hebben, maar je galblaas kan er ook mee vol zitten. Bovendien houden ze zich niet alleen op in de galblaas zelf, maar ook in de galweg tussen de galblaas en de dunne darm.
Meer info hierover bij soorten galstenen. ​

Hieronder afbeelding van gal(blaas) en galstenen:

 

Soorten

​De ene galsteen is de andere niet. Hij kan klein of groot zijn. Je kan er eentje hebben of veel. Bovendien houden de stenen zich niet alleen op in de galblaas zelf, maar ook in de galweg tussen de galblaas en de dunne darm.

Er zijn 3 soorten galstenen:

  • Cholesterolstenen vormen drie vierde van alle galstenen bij mensen in ons deel van de wereld. Ze bestaan voornamelijk uit cholesterol en zijn meestal geelgroen. Ze zitten in de galblaas, maar kunnen ook in de galweg terecht komen.
  • Zwarte pigmentstenen vormen ongeveer één vierde van alle galstenen. Ze zitten alleen in de galblaas zelf en bestaan uit bilirubine, dat ontstaat na de afbraak van rode bloedcellen. Zwarte pigmentstenen zijn heel hard. Ze komen voor bij mensen met meer dan normale hoeveelheden bilirubine, als gevolg van een verhoogde bloedafbraak. Vaak komt dat door een aangeboren stofwisselingsstoornis.
  • Bruine pigmentstenen zien eruit als slijk en zijn heel zacht. Zij zitten alleen in de galweg. Ze komen vooral voor bij oudere mensen die vroeger een ingreep aan de galwegen kregen. Na die operatie zijn bacteriën uit de darm in de galweg komen wonen. Ze zijn onschadelijk, maar produceren enzymen, die sommige galbestanddelen afbreken en op termijn de bruine stenen doen ontstaan.

Meer over cholesterolstenen

Oorzaken van cholesterolstenen

Cholesterolstenen zijn het resultaat van een ingewikkelde wisselwerking tussen fysische, chemische en motorische factoren. De cholesterol in de gal slaat neer in de vorm van kleine kristallen, die op de duur samenklitten tot harde stenen. De een krijgt stenen omdat er iets fout loopt met mechanisme zus, de ander met mechanisme zo. Ieder maakt met andere woorden zijn aller-individueelste galstenen.

Te veel cholesterol in de lever

De levercellen die de gal produceren, bevatten van nature cholesterol. Die hoeveelheid moet altijd gelijk blijven. Maken de levercellen te veel cholesterol aan, dan moet dat overschot verdwijnen. Het wordt uitgescheiden in het galvocht en komt zo in de galblaas terecht.

Waardoor maakt de lever te veel cholesterol?

  • Overgewicht weegt zwaar door. Zwaarlijvigheid stimuleert het enzym dat voor de aanmaak van cholesterol verantwoordelijk is.
  • Vrouwen hebben beduidend meer kans op galstenen: één vierde van alle vrouwen boven 50 jaar hebben er. Het geslachtverschil begint vanaf de puberteit en neemt weer af na de menopauze. De vrouwelijke hormonen spelen met andere woorden een belangrijke rol.
  • Zwangerschap: onder invloed van oestrogenen wordt de opname van cholesterol uit het bloed sterk verhoogd.
  • Leeftijd: hoe ouder je bent, hoe groter je risico op galstenen, of je man of vrouw bent.
  • Snel afvallen, bijvoorbeeld na een maagverkleinende operatie.
  • Ook genetische factoren zijn erg belangrijk. Vaak zitten galstenen in de familie.

Luie galblaas

In een galblaas die traag of te weinig samentrekt, blijven cholesterolkristalletjes makkelijker achter.

  • Vasten is een risicofactor. Bijvoorbeeld, mensen die een tijdje op de afdeling intensieve zorgen van een ziekenhuis verblijven en ondertussen niet eten, zijn vatbaarder voor galstenen.
  • Tijdens de zwangerschap onderdrukken de progestagenen – een ander soort vrouwelijke hormonen - de beweeglijkheid van de galblaas.

Verstoord chemisch evenwicht

Gal bevat enerzijds stoffen die de vorming van stenen bevorderen en andere die dat tegengaan. Dat evenwicht is heel complex en als het verstoord is, worden galstenen gemakkelijker gevormd.

Preventie

  • Op de meeste risicofactoren heb je geen invloed. Wel op zwaarlijvigheid. Als je te snel afvalt, stijgt echter je risico op stenen. Dan kan je preventief een geneesmiddel op basis van ursodeoxycholzuur innemen. Dat is een galzuur dat cholesterol in oplossing brengt. Er zijn in België momenteel twee dergelijke producten op de markt.
  • Waarschijnlijk beschermt ook een lage dagelijkse dosis aspirine tegen galstenen. Zit er veel slijm in je galblaas, dan ontstaan galstenen gemakkelijker. Aspirine vermindert de slijmproductie in de galblaas.
  • Een dagelijkse kleine dosis alcohol, zoals een glaasje wijn, beschermt waarschijnlijk ook.
  • De pil heeft vermoedelijk geen invloed op het ontstaan van galstenen.

De rol van voeding

Een galcrisis begint vaak na een vetrijke maaltijd. Omgekeerd heeft het ontstaan van galstenen niets te maken met de hoeveelheid vet in je voeding. Of je al dan niet vetrijk eet, veel verzadigd vet of cholesterolrijke voeding eet, het maakt niets uit.

Het is ook niet omdat je veel cholesterol in je bloed hebt, dat je meer kans op galstenen hebt.

Dat is wel het geval wanneer je te veel triglyceriden – een ander soort vetstof in je bloed hebt.

Het enige voedingsmiddel wat zou bijdragen tot het ontstaan van stenen is geraffineerde suiker, althans als je er veel van eet.

Klachten

Welke klachten krijg je bij galstenen?

  • Twee derde van de mensen met galstenen heeft daar geen last van
  • Een galkoliek of galcrisis is wel een duidelijk symptoom van galstenen. Dat is een zeer hevige pijnaanval in de rechterbovenbuik, die in een band uitstraalt naar de rug of de zone tussen de schouderbladen. Ze wordt veroorzaakt doordat een galsteen vastraakt in de galblaas of de galweg. De galblaas probeert de steen daar weg te krijgen door verwoed samen te trekken. Soms lukt dat ook. 
  • Je hebt bewegingsdrang: door de pijn kan je niets anders dan bewegen. Voel je de pijn minder door zo stil mogelijk te liggen, dan gaat het meestal om iets anders. 
  • Tijdens een galkoliek kan je ook misselijk zijn en braken.

Behandelen

Onderzoeken 

  • Stenen in de galblaas worden zichtbaar met een echografie, een eenvoudig en pijnloos onderzoek. 
  • Stenen in de galweg worden het gemakkelijkst ontdekt met een NMR-scan. 
  • Een andere methode om stenen in de galweg op te sporen is de ERCP. Voluit heet dat Endoscopische Retrograde Cholangio Pancreatografie.
    Je wordt eerst lichtjes verdoofd. Via de mond en door de maag wordt een flexibele kijkbuis met een camera en een lichtje erop tot in de twaalfvingerige darm gebracht. Dan wordt eerst contraststof ingespoten om de stenen radiografisch beter zichtbaar te maken. Zitten er stenen in de galweg, dan worden ze meteen uitgehaald. De endoscopische techniek kan met enige voorzichtigheid zelfs tijdens de zwangerschap toegepast worden.

Wanneer behandelen?

“Stille” stenen worden niet behandeld, ook niet als ze toevallig ontdekt worden tijdens een onderzoek voor iets anders. Pas als ze een galkoliek veroorzaken, is behandelen zinvol.

Behandeling 

  • Zitten de stenen in de galblaas, dan wordt de blaas samen met haar inhoud weggenomen. Dat heet een cholecystectomie. Dat gebeurt meestal met een kijkoperatie, via drie kleine sneetjes in de buik. Soms kan dat zelfs in dagopname, maar altijd onder volledige verdoving.
    Soms moet de chirurg tijdens de operatie overgaan tot een open ingreep. Bijvoorbeeld als er door een vroegere ingreep of ontsteking littekenweefsel in de weg zit. Dan wordt je buik over een lengte van verschillende centimeters opengesneden en blijf je natuurlijk wat langer in het ziekenhuis. 
  • Zitten de stenen in de galweg, dan gebeurt de ingreep via ERCP
  • Is je galblaas zelf al eerder weggenomen, maar ontwikkel je daarna stenen in de galweg, dan kunnen ook die met ERCP verwijderd worden. Dan wordt de sluitspier doorgesneden om de stenen door te laten. Na een galblaasverwijdering kan je toch weer typische galkolieken krijgen, omdat de sluitspier spasmen krijgt. De sluitspier doorsnijden is ook dan een goede oplossing. Als de sfincter eenmaal is doorgesneden, blijft hij voor altijd openstaan. Het nadeel daarvan is dat er bacteriën uit de darm naar de galweg kunnen reizen. Dat bevordert het ontstaan van pigmentstenen.

Geneesmiddelen

Ursodeoxycholzuur, hetzelfde middel dat galstenen helpt voorkomen, kan ook gebruikt worden tegen bestaande stenen. Het is daartegen echter niet erg doeltreffend. Daarom wordt het alleen voorgeschreven aan mensen die zich absoluut niet willen of kunnen laten opereren.

Na de operatie

Dat je galblaas weg is, zal je nauwelijks tot niet merken. Vroeger werden mensen op een saai en streng vetarm dieet gezet, maar de ervaring heeft geleerd dat dat helemaal niet nodig is. Merk je na de ingreep dat je iets niet goed verdraagt, laat dat dan achterwege. Verder mag je eten wat je wil.

De gal druppelt nu voortdurend in kleine beetjes in je darm en wordt niet in één keer ingedikt losgelaten tijdens de maaltijd. Sommige mensen hebben daardoor wat gemakkelijker lichte diarree of zachte stoelgang.

Complicaties

​Gaat een galblaaskoliek maar niet over, raadpleeg dan zo vlug mogelijk een arts, want er kunnen verwikkelingen optreden. 

  • Een galblaasontsteking of cholecystitis ontstaat wanneer de steen zo muurvast zit, dat er geen gal meer uit de galblaas kan. Dan heb je behalve hevige pijn ook flinke koorts. Je moet zeker antibiotica nemen, want zo’n ontsteking kan leiden tot een galblaasperforatie en peritonitis. Dan ontstaat er een gaatje in de galblaas en kan het buikvlies ontstoken raken. Dat is behoorlijk ernstig.
  • Wanneer de gal niet meer weg kan, stapelt bilirubine zich op in het bloed. Dan kan je symptomen van geelzucht krijgen en kan de galweg ontsteken. Dat heet cholangitis.
  • Een alvleesklierontsteking of pancreatitis is het gevaarlijkst. Het pancreaskanaal en het galblaaskanaal monden vlak bij elkaar uit in de dunne darm. Blijft een steentje net daar zitten, dan wordt ook de alvleesklier geïrriteerd. Wanneer ze ontsteekt, leidt dat tot enorm hevige pijn. Zo’n ontsteking kan mild verlopen, maar kan ook heel ernstig en zelfs dodelijk zijn. Ze wordt gedetecteerd door de stijging van bepaalde verteringsenzymen in het bloed en is ook zichtbaar op een CT-scan.
  • Galblaaskanker is een laattijdig gevolg van galstenen. Die kanker komt haast alleen voor bij mensen met galstenen, maar het is praktisch en financieel niet haalbaar om iedereen met galstenen op te sporen en te opereren. 
 
 

Verschenen op 6 juni 2012 en herzien op 21 april 2017 met medewerking van dokter Vera De Groof (oorspronkelijke bron: prof em. Werner Van Steenbergen, kliniekhoofd hepatologie UZ Leuven)

Contacteer ons

Algemene vragen en vragen over jouw ziekteverzekering