Bedplassen volwassenen

Bedplassen is niet alleen een probleem bij kinderen. Ook volwassenen kunnen er mee te maken krijgen. Sommigen hebben het probleem altijd gehad. Anderen krijgen pas later in het leven last van bedplassen, of moeten iedere nacht verschillende keren naar het toilet en worden daardoor minder uitgerust wakker. De oorzaken zijn heel uiteenlopend. Ook de behandelingen verschillen.

Wie

​Hoeveel mensen krijgen last van bedplassen?

Veel cijfermateriaal is er niet, noch over de primaire, noch over de secundaire groep.

  • Voor de primaire groep moeten we afgaan op de statistieken over bedplassende kinderen. Van alle zevenjarigen plast 5 tot 10 procent nog in bed. Elk jaar vermindert hun aantal met ongeveer 15 procent. Een kort rekensommetje leert ons dat er bij de volwassenen nog een half procent tot één procent primaire bedplassers overblijft. Dat is niet veel, maar het is voor hen natuurlijk een erg pijnlijk en hardnekkig probleem.
  • Hoeveel secundaire bedplassers er zijn weten we nog minder, maar bij hoogbejaarden komt het vaak voor.

Diagnose

​Hoe stelt de dokter vast dat het om incontinentie gaat?

  • Je verhaal. De dokter zal vragen stellen zoals: “Moet je alleen ’s nachts opstaan of plas je ook in bed? Heb je er vaak last van?”, enz.
  • Een onderzoek van een urinestaal, om te onderzoeken wat de samenstelling ervan is. Bijvoorbeeld: wat is het aandeel water, zit er suiker in, enz.
  • Een plaskalender. Daarop noteer je gedurende een tijdje wanneer je ‘ nachts moet plassen en hoeveel je elke keer hebt uitgeplast. Heb je lekken of ongelukjes, dan noteer je ook dat en het volume ervan. Voor gezonde mensen is een dergelijk kalender bijhouden geen probleem, maar voor veel bejaarden is dat een moeilijke tot onmogelijke klus. Om bij hen toch een goede diagnose te kunnen stellen, worden veel oude mensen een korte tijd in het ziekenhuis opgenomen. Dan verzamelt de verpleging de gegevens voor de plaslijst. Tezelfdertijd kunnen ze echografisch controleren of de blaas wel helemaal wordt leegblaast.
  • De uroflowmetrie is een pijnloos en eenvoudig onderzoek, waarvoor je moet plassen in een trechtertje. De kracht van de plasstraal wordt gemeten, de hoeveelheid die je uitplast en de tijd je daarvoor nodig hebt. Dat maakt duidelijk hoe je plast en het kan lichamelijke oorzaken aan het licht brengen die nader onderzoek vergen.
  • Het urodynamisch onderzoek is al meer gespecialiseerd. Een sensor meet de druk in de blaas en van de blaassluitspier tijdens het vullen en tijdens het plassen. Dit is geen zwaar onderzoek. Het duurt een half uur tot een uur. Voor dit onderzoek moet je een sonde laten inbrengen in je blaas. Een enkele keer loopt iemand daardoor een blaasontsteking op.

 

 

Soorten

​Er bestaan twee grote groepen volwassen bedplassers.

  1. De eerste groep bestaat uit jonge volwassenen die als kind al in bed plasten en het probleem nooit zijn ontgroeid. Dat zijn de primaire bedplassers.
  2. Daarnaast heb je mensen die pas later in hun leven gaan bedplassen. Dat zijn de secundaire bedplassers.

Oorzaak + behandelen

​Primair bedplassen: oorzaken en behandeling 

Oorzaken

De mogelijke oorzaken bij jonge volwassenen zijn dezelfde als bij kinderen. Vaak gaat het om een combinatie van verschillende oorzaken. 

  • Nachtelijke polyurie. Dat wil zeggen dat je ’s nachts te veel urine aanmaakt. Dat komt het vaakst voor.
  • Een te kleine blaas.
  • Een hyperactieve blaas.
  • Slaapstoornissen.
  • Erfelijke aanleg. Tweederde van de bedplassers hebben een vader of moeder die het ook doet of deed. Er zijn trouwens bepaalde afwijkingen op sommige chromosomen – dragers van erfelijke eigenschappen – met bedplassen in verband gebracht.
  • ADHD. Zeker één derde van de ADHD-kinderen heeft een hardnekkig en moeilijk te behandelen vorm van bedplassen.
  • Constipatie en de werking van de bekkenbodemspieren spelen ook een rol. Het is nog niet duidelijk wat oorzaak en wat gevolg is. Bij wie flink geconstipeerd is, nemen de volle darmen extra plaats in de onderbuik in. Daardoor kan de blaas in de verdrukking komen en kan ze niet tot haar volle capaciteit gevuld worden. Eén derde van de kinderen die bedplassen, plassen op een verkeerde manier. Waarschijnlijk hebben hun bekkenbodemspieren ermee te maken. Je bekkenbodemspieren sluiten de endeldarm en de urinebuis af, waardoor je je stoelgang en plas kunt ophouden. Om te plassen of je te ontlasten, ontspan je die spieren. Als je ze niet goed kunt ontspannen, krijg je enerzijds stoelgangproblemen en anderzijds blaasklachten. 

Behandeling

De behandeling hangt natuurlijk af van de oorzaak of oorzaken die gevonden worden.

Jonge volwassenen krijgen dezelfde therapie als bedplassende kinderen: blaastraining, genoeg drinken op het juiste moment, het gebruik van een plaswekker en van geneesmiddelen, namelijk desmopressine en anticholinergica.

  • Desmopressine vermindert de nachtelijke urineproductie. Dit middel lijkt sterk op vasopressine ofwel het antidiuretisch hormoon, dat onze hersenen ’ s nachts zelf aanmaken. Het bevordert de heropname van water in de nieren en vermindert daardoor de urineproductie. Het bestaat als neusspray, als smelt- en als sliktabletten. De anticholinergica zorgen ervoor dat de blaas rustiger is en groter kan worden. Meer over dit alles vind je in het artikel over bedplassen bij kinderen.
  • Dat helpt allemaal samen goed, maar de meeste jonge mensen blijven nog ongeveer één nacht per maand prijs hebben. Voor dat resultaat moeten ze elke avond desmopressine nemen, maar dat middel wordt voor hen niet meer terugbetaald. Als je desmopressine neemt, mag je bovendien geen alcohol gebruiken. Alcohol zelf prikkelt de blaas. Ga je uit en drink je enkele glazen alcohol, dan is de kans groot dat je die nacht prijs hebt. 

Secundair bedplassen: oorzaken en behandeling 

Oorzaken

Vaak gaat het om een combinatie van factoren. 

  • Prostaatproblemen. Met de leeftijd wordt de prostaatklier van de meeste mannen groter. Die vergroting is ongevaarlijk, maar ze maakt het moeilijker om je blaas helemaal leeg te plassen. Je blaas kan door die vergrote prostaat ook harder geprikkeld en hyperactief worden. Door die overprikkeling moet je soms ineens dringend plassen. Als je dan niet op tijd wakker wordt, plas je in bed.
  • De leeftijd. Met het ouder worden, wordt de blaas van steeds meer mensen prikkelbaarder en kleiner. Bij ruim 30 % van de 65-plussers is dat het geval. Daardoor moeten ze ’s nachts vaak verschillende keren opstaan om te gaan plassen. De meeste oudere mensen slapen echter minder vast dan jonge mensen en worden op tijd wakker. Diegenen die toch heel diep slapen, bijvoorbeeld doordat ze een slaappil genomen hebben, worden niet of niet op tijd wakker door die aandrang, en kunnen dan wel plassen in hun bed.
  • Chirurgie. Na een operatie aan de bekkenbodemspieren tegen een verzakking of incontinentie kun je de eerste maanden last hebben van bedplassen, doordat de blaas ook dan extra prikkelbaar is. Maar dat is een tijdelijk probleem dat vanzelf weer overgaat.
  • Suikerziekte. Wanneer je ook overdag veel meer moet plassen dan gewoonlijk, kan dat het eerste teken zijn van diabetes. Als je suikerziekte hebt, zit er te veel suiker in je bloed. Dan komt er ook te veel suiker in je urine terecht. Elke molecule suiker die je uitscheidt neemt echter een molecule water met zich mee, waardoor je enorm veel water gaat uitplassen en ook meer dorst krijgt.
  • Het slaapapneusyndroom. Op momenten dat er door ademhalingsproblemen zuurstoftekort in je hersenen ontstaat, wordt de blaas geprikkeld en moet je plassen.
  • Nachtelijke polyurie. Dat betekent dat je ’s nachts te veel urine aanmaakt. Die urine moet je uitplassen omdat je blaas gewoon te vol zit. Normaal gezien vermindert de productie van urine ’s nachts, waardoor we een hele nacht kunnen overbruggen zonder naar het toilet te moeten.
    • De oorzaak van die nachtelijke polyurie ligt meestal bij vochtopstapeling in het lichaam tijdens de dag. Bijvoorbeeld, als je een lange vliegtuigreis maakt, kan je zelf merken dat je benen daardoor opzwellen. Het lange zitten en het gebrek aan beweging zijn er verantwoordelijk voor dat er vocht in de benen blijft zitten, in plaats van te circuleren. Er zit dan waarschijnlijk wel een liter extra vocht in je benen. Ga je neerliggen om te slapen, dan oefent de zwaartekracht geen druk meer uit op je benen. Het vocht wordt dan veel gemakkelijker door je bloed opgenomen. Het komt uiteindelijk in de nieren terecht, waar het uit het bloed gefilterd wordt en je blaas vult. Je wordt wakker omdat je voelt dat je moet plassen, staat op en gaat naar de wc. Probleem opgelost.  
    • Hoogbejaarde mensen die niet veel meer bewegen en de dag in een zetel of rolstoel doorbrengen, krijgen daardoor ook last van gezwollen benen. Bijkomende lichamelijke problemen, zoals een minder goed werkend hart, lever of nieren werken die vochtopstapeling extra in de hand. Gaan ze ’s avonds neerliggen in bed, dan zorgt die verandering van houding ervoor dat het vocht uit de benen verdwijnt en in de blaas terechtkomt. Die blaas raakt door al dat vocht barstensvol. Veel bejaarden verliezen echter ook een beetje het gevoel in de blaas. Bijvoorbeeld wanneer ze suikerziekte hebben, doordat diabetes ook de gevoelszenuwen aantast. Hun blaas loopt dan over zonder dat ze wakker worden. Bij hoogbejaarden is dat een groot probleem.
  • Een overactieve blaas. De precieze oorzaak ervan is onbekend, maar het is een combinatie van veroudering van de blaas zelf en haar bezenuwing. Ook het verlies van de controle in de hersenen speelt een rol. Wanneer dat gebeurt, gaat de blaas automatisch werken. Zowat alle demente bejaarden verliezen daardoor de beheersing over hun blaas, niet alleen ’s nachts maar ook overdag. 

Behandeling

De behandeling hangt ook weer af van de gevonden oorzaak

  • Tegen een goedaardige prostaatvergroting bestaan specifieke geneesmiddelen.
  • Een slaapstoornis kan meestal afdoende behandeld worden in een slaapcentrum. Bijvoorbeeld, tegen slaapapneu bestaat een speciaal toestel dat tijdens de slaap de luchtwegen openhoudt: de CPAP, wat de afkorting is voor Continuous Positive Airway Pressure.
  • Een overactieve blaas wordt rustiger, minder prikkelbaar en groter met bepaalde geneesmiddelen, de anticholinergica.
  • Een blaastraining doet het behoorlijk goed bij gemotiveerde oudere mensen die last hebben van lichte tot matige incontinentie. Zo’n training bestaat uit ofwel plassen op vaste tijdstippen, ofwel het vergroten of verminderen van het blaasvolume, ofwel door een geïndividualiseerd plasschema op te stellen. Meestal wordt het gecombineerd met een drinkschema en soms met een training van de bekkenbodemspieren.
  • Het kan betekenen dat je je wekker moet zetten om ’s nachts naar het toilet te gaan. De belangrijkste uren voor je nachtrust zijn de eerste twee tot drie. Doet het probleem zich dan al voor, dan is dat opstaan slecht voor je slaapkwaliteit en word je de volgende dag niet uitgerust wakker. Je kan het moment waarop je moet opstaan uitstellen met het geneesmiddel desmopressine. Daarmee wordt de kans kleiner dat je ’s nachts in je bed plast, maar je stapelt dan wel water op in je lichaam. Dat moet je de volgende dag op een bepaald moment allemaal uitplassen. Anders krijg je een watervergiftiging door te veel water in je lichaam, en dat is dodelijk.
    Voor gezonde, actieve mensen bestaat dat risico niet, wel bijvoorbeeld voor bejaarde of invalide mensen die heel weinig bewegen en bij wie het water in de benen kruipt. Daarom moet dat geneesmiddel bij bejaarden heel voorzichtig toegediend worden en gecombineerd met controle-bloedafnames. Het is dus een beetje gevaarlijk, maar het is de behandeling die het meest haar werkzaamheid bewezen heeft.
    Wat ook wel eens helpt, is een waterafdrijvend middel zes uur voor het slapengaan. Het is minder doeltreffend en er is minder wetenschappelijk bewijs dat het werkt in vergelijking met desmopressine.
  • Psychologische begeleiding is geen standaardbehandeling bij volwassenen, zoals het wel voor kinderen gebeurt. Als je er psychologisch erg onder lijdt, dan is behandeling bij een psycholoog natuurlijk wel nuttig. Gelukkig is het probleem niet meer stigmatiserend en leven er geen verkeerde ideeën meer over zoals vroeger het geval was. 
 

Verschenen op 15 april 2011 en herzien op 15 juli 2015 met medewerking van professor Karel Everaert, afdeling urologie, UZ Gent

Contacteer ons

Algemene vragen en vragen over jouw ziekteverzekering