Baarmoederhalskanker

Ieder jaar sterven in België ongeveer driehonderd vrouwen aan de gevolgen van baarmoederhalskanker. Jammer, vooral omdat we de ziekte in een vroeg stadium kunnen opsporen. Om de drie jaar een uitstrijkje laten nemen is genoeg om haar de pas af te snijden. Tegenwoordig bestaan er drie vaccins die je beschermen tegen de ziekte, maar daar heeft niet iedereen baat bij. Het uitstrijkje blijft dus nuttig en nodig.​​​​​​​

Wat

De baarmoederhals

De baarmoederhals of cervix is het onderste en nauwste deel van de baarmoeder. In de baarmoederhals loopt een kanaal dat de baarmoederholte met de vagina verbindt. De baarmoedermond is de opening van dit kanaal in de vagina. Het is  de plek waar twee types van weefselbekleding in elkaar overgaan: de plaveiselcellen van de vagina en het klierweefsel van het baarmoederhalskanaal en de binnenbekleding van de baarmoeder zelf. Die overgangszone ter hoogte van de baarmoedermond is heel gevoelig voor een besmetting met het humaan papillomavirus. 

HPV

Het humaan papillomavirus, kortweg HPV, speelt een cruciale rol in het ontstaan van baarmoederhalskanker.

Virussen vormen families van verwante types. HPV is daar geen uitzondering op. Er zijn meer dan 100 HPV-types geïdentificeerd bij de mens. Sommige daarvan veroorzaken de doodgewone, totaal ongevaarlijke huidwratten op handen of voeten.

Eén groep heeft zich gespecialiseerd in de genitale regio. Daar zitten zowel gevaarlijke als ongevaarlijke HPV-types tussen.

  • De laagrisicotypes zoals HPV type 6 en type 11 veroorzaken uitwendige genitale wratten (ook condylomen genoemd) of lichte afwijkingen aan de baarmoederhals die meestal vanzelf weer verdwijnen.
  • De hoogrisicotypes staan in verband met baarmoederhalskanker. Twee daarvan, HPV type16 en type 18 zijn verantwoordelijk voor nagenoeg driekwart van alle baarmoederhalskankers. De overige hoogrisicotypes (31,45,...) veroorzaken het resterende kwart. 
Uiteraard worden ook mannen besmet. Ze kunnen natuurlijk geen baarmoederhalskanker krijgen, maar kunnen het virus zelf wel krijgen en doorgeven. HPV speelt een rol bij andere zeldzame kankers zoals peniskankers en anale kanker.

Niks om je over te schamen

Een besmetting met HPV komt heel vaak voor. Zeker 80% van alle seksueel actieve vrouwen komt ooit in contact met een of ander type van HPV. Ongeveer 15 % wordt besmet met HPV 16, minder dan 5 % met HPV18. Het komt ook vaak voor dat je door verschillende types besmet bent. De meeste besmettingen gebeuren tussen de leeftijd van 15 en 25 jaar, dus kort na het begin van het seksuele leven. 

Beschermt een condoom?

HPV is heel erg besmettelijk. Het wordt bijvoorbeeld ook via huidcontact in de genitale streek overgebracht. Een condoom vermindert de kans op besmetting met ongeveer 70 procent.  Maar dan moet je het condoom correct  gebruiken  en reeds aanbrengen vanaf het voorspel. Tegen andere SOA's - zoals HIV - is het condoom veel doeltreffender. 

Van besmetting tot baarmoederhalskanker

Van een besmetting met een HPV 16 of 18 merk je op het moment zelf niets. De kans is bovendien erg groot dat het immuunsysteem de ongewenste gast uitschakelt in de loop van de volgende maanden.

Gebeurt dat niet, dan veroorzaakt het virus in het overgangsweefsel ter hoogte van de baarmoedermond afwijkingen die op lange termijn kunnen evolueren naar baarmoederhalskanker. Tussen de eerste infectie met het HPV-virus en het ontstaan van baarmoederhalskanker zit gemiddeld 20 jaar. Zo lang heb je tijd om de verschillende voorstadia van deze kanker op te sporen (door middel van uitstrijkjes) en te elimineren. De meeste voorstadia worden ontdekt bij twintigers en dertigers, de meeste kankers bij veertigers.
Spijtig genoeg krijgen ook aardig wat oudere en bejaarde vrouwen de diagnose nog te horen. Doorgaans hebben zij zich nooit preventief laten onderzoeken, of zijn ze na de geboorte van het laatste kind niet meer bij de gynaecoloog geweest. Bij hen wordt baarmoederhalskanker pas ontdekt wanneer de ziekte al symptomen veroorzaakt en al verder gevorderd is.

Alarmsignalen

Een ongewone, bloederige vaginale afscheiding
  • tijdens of vlak na geslachtsgemeenschap
  • tussen twee menstruatieperiodes in of na de overgang kunnen wijzen op baarmoederhalskanker. Rapporteer ze meteen aan je huisarts of gynaecoloog!


 

Uitstrijkje

​Het uitstrijkje is een eenvoudige test waarmee je baarmoederhalskanker en de verschillende voorstadia vroegtijdig kan opsporen. De dokter spert de vagina wat open met een zogenaamde eendenbek of speculum. Daarna schraapt hij of zij met een spatel of een borsteltje een aantal losse cellen van de baarmoederhalswand af en dit in de gevarenzone waar de twee verschillende weefseltypes samen voorkomen. Die cellen worden uitgesmeerd op een glazen plaatje, vandaar de naam uitstrijkje. In een laboratorium worden de cellen gekleurd en onderzocht op afwijkingen.

Met een eenmalig uitstrijkje spoor je maar 7 op de 10 afwijkingen op. Of: je mist zeker 1 op 4. Omgekeerd, als je een duidelijk afwijkend, dus “slecht” uitstrijkje hebt, gaat het maar in ongeveer 8 keer op de 10 om een voorloper van baarmoederhalskanker. Dat betekent dat je verder onderzoek nodig hebt om helemaal zeker te zijn.

Voor het resultaat van het uitstrijkje maakt het geen verschil of je je bij je huisarts of gynaecoloog laat screenen. Het komt er vooral op aan dat de dokter in kwestie de nodige routine heeft met het afnemen ervan.

Hoe vaak?

Net omdat het uitstrijkje niet feilloos is, moet het frequent worden herhaald. Mist het een voorstadium één keer, dan wordt het de volgende keer hopelijk wel opgepikt. Eén misser is niet zo erg, omdat het zo lang duurt voor een afwijking via de verschillende voorstadia evolueert tot kanker. Jaarlijks herhalen van een uitstrijkje is echter niet nodig, de algemene richtlijn is:

  • Vanaf de leeftijd van 25 jaar om de drie jaar een uitstrijkje.
  • Heb je jezelf regelmatig laten onderzoeken en waren de laatste paar uitstrijkjes goed, dan mag je op je 65ste stoppen. De kans dat daarna nog een nieuwe baarmoederhalskanker ontstaat, is erg klein. 
  • Was je al heel vroeg seksueel actief, dan kan het nodig zijn om bijvoorbeeld al op je twintigste te starten. Bespreek dit met je arts.

In Vlaanderen worden vrouwen van 25 tot 65 jaar gestimuleerd om deel te nemen aan het bevolkingsonderzoek. Het uitstrijkje wordt door de ziekteverzekering 1 keer per 3 jaar volledig terugbetaald. Meer info vind je op de website www.baarmoederhalskanker.bevolkingsonderzoek.be

Een afwijking!

  • Een licht afwijkend uitstrijkje is meestal niets om je zorgen over te maken. Soms is het testresultaat fout, vaak is het een onschuldige afwijking die vanzelf weer weggaat. Daarom moet je zes maanden later nog eens terugkeren voor een nieuw uitstrijkje. Is dat normaal, dan blijft alles bij het oude: regelmatig een uitstrijkje laten nemen.
  • Wijst het resultaat van het uitstrijkje op een voorstadium, dan voert de gynaecoloog een colposcopie uit. De overgangszone in de baarmoederhals wordt met een soort microscoop minutieus bekeken en er worden vloeistoffen op aangebracht om de letsels beter zichtbaar te maken. Vaak wordt hierbij ook een klein stukje weefsel afgenomen, een zogenaamde biopsie. Dit volledige onderzoek duurt gemiddeld nog geen 5 minuten en is quasi pijnloos.
  • Bevestigt de colposcopie het uitstrijkje, dan volgt soms meteen de behandeling (de zogenaamde see-and-treat methode). In de meeste gevallen echter zal het resultaat van de biopsie worden afgewacht en zal de behandeling, indien nodig, enkele weken later worden gepland.

Vaccin

​Baarmoederhalskanker voorkomen

Er zijn 2 vaccins die beschermen tegen HPV.

  • Cervarix ® beschermt tegen de twee hoogrisicotypes HPV16 en 18, samen goed voor zeventig procent van alle baarmoederhalskankers
  • Gardasil 9 ® bevat daarenboven de types 31, 33, 45, 52 en 58, verantwoordelijk voor een bijkomende 15% van de gevallen van baarmoederhalskanker.

Deze vaccins zijn bijzonder effectief in het voorkomen van een besmetting van de types verwerkt in het vaccin. Indien je echter voor vaccinatie reeds besmet bent met één of meerdere van die types, zal de efficiëntie van het vaccin beduidend lager zijn. 

Voor wie? 

Inentingen zijn bedoeld om je te beschermen tegen een infectie die je nog niet opgelopen hebt. 

  • Jongens en meisjes die nog niet seksueel actief zijn, vormen de belangrijkste doelgroep. Tussen 11 en 12 jaar is de ideale leeftijd. 
  • Voor tieners die wel al seks hebben is het nog zinvol, maar stel het niet te lang meer uit. Je moet al heel veel pech hebben om van bij het eerste vriendje besmet te worden met één of beide hoogrisicotypes HPV. Maar hoe meer seksuele contacten, des te groter de kans.

Pas als je besmet bent met beide hoogrisicotypes heeft vaccinatie wellicht geen enkele zin meer, maar dat gaat om minder dan 5 procent van de bevolking. Er bestaan tests die een HPV-besmetting opsporen, maar ze hebben hun beperkingen. Daardoor heeft het geen zin om alle vrouwen te testen en ze op basis van de uitslag al of niet te vaccineren. Je kunt jezelf altijd op eigen initiatief laten testen en inenten, maar dat kost wel wat. 

Hoe, wat, waar? 

In België bestaat een georganiseerde vaccinatiecampagne die zich richt op jongens en meisjes van 12 jaar oud (eerste jaar secundair onderwijs). In principe zal elk kind in het eerste jaar van het middelbaar onderwijs uitgenodigd worden om zich gratis te laten vaccineren via de schoolarts. Ze kunnen er echter ook voor kiezen om zich via hun huisarts te laten vaccineren en betalen enkel de raadpleging.  Voor oudere kinderen is er geen georganiseerde vaccinatie, maar is het vaccin wel terugbetaald tot de leeftijd van 18 jaar.

Voor de volledige vaccinatie met Gardasil 9 zijn het 2 dosissen binnen een termijn van 6 maanden. De spuitjes doen niet meer pijn dan een griepvaccin.

Hoeveel kost dat?

 De vaccins zijn niet goedkoop. Maar:

  • Voor meisjes en jongens die zich in Vlaanderen laten vaccineren binnen de georganiseerde vaccinatie (op de leeftijd van 12 jaar) is het vaccin Gardasil 9 volledig gratis.
  • Verder is vaccinatie voor meisjes tussen de leeftijd van 13 en 18 jaar (inclusief) grotendeels terugbetaald. Per spuit betaal je zelf ongeveer nog een bedrag rond 12 euro. Ons ziekenfonds betaalt je dit bedrag echter ook nog eens terug. Jongens tussen 13 en 18 jaar kunnen een aanvullend voordeel krijgen. Lees meer over de terugbetalingsvoorwaarden van vaccins op deze website onder Ledenvoordelen.

Wat zijn ze waard?

  • Vast staat dat ze ruim 95 % bescherming bieden tegen de voorlopers van baarmoederhalskanker, veroorzaakt door HPV 16 en 18. Weinig andere vaccins halen zo’n goede score. De bescherming is zelfs beter dan wanneer je de ziekte zelf hebt overwonnen. Alleen moet je bedenken dat Gardasil en Cervarix niet beschermen tegen de overige hoogrisicotypes. In theorie, want deskundigen verwachten ook een zekere bescherming tegen hoogrisicotypes die erg op HPV16 en 18 gelijken. Waarschijnlijk zal de bescherming tegen alle veroorzakers van baarmoederhalskanker in totaal 80 procent zijn.
  •  
  • Of de vaccins levenslang werken, weten we nog niet. Indien zou blijken dat de weerstand na verloop van tijd toch achteruitgaat, dan wordt dat opgelost met een booster ofwel herhalingsinjectie. Dat is niets uitzonderlijks en moet bijvoorbeeld ook gebeuren bij de inenting tegen tetanus.
  •  
  • Door veralgemeende inentingen zouden andere hoogrisicotypes de vrijgekomen plaatsen kunnen innemen, maar ook dat is afwachten. Men kan de samenstelling van de vaccins in de loop der jaren trouwens aanpassen, zoals jaarlijks met het griepvaccin gebeurt. 

Uitstrijkje blijft belangrijk

Vaccineren mag je geen vals gevoel van veiligheid geven. De kans op baarmoederhalskanker of een voorloper ervan wordt veel kleiner, maar blijft bestaan. Daarom behoudt het uitstrijkje zijn nut. Waarschijnlijk zal de manier van screenen in de toekomst wel veranderen. Het blijft nog een beetje koffiedik kijken tot we meer ervaring hebben met de vaccins.

Behandelen

Behandeling van de voorstadia

  • Voorstadia van baarmoederhalskanker (de zogenaamde dysplasie) kan op een vrij eenvoudige en weinig ingrijpende manier worden behandeld. De afwijkende zone kan worden bevroren, deze techniek heet cryotherapie. Het nadeel van deze techniek is dat er geen weefsel is voor verder onderzoek in het labo, deze behandeling kan dan ook het beste worden voorbehouden voor de lichtere afwijkingen.
  • Meestal wordt een stukje van de baarmoederhals weggesneden met een metalen lusje, waardoor elektrische stroom wordt gestuurd (elektrochirurgie, de zogenaamde LEEP- of LLETZ-techniek).
  • Ook kan een stukje met de laser worden weggebrand. Al deze behandelingsmethoden kunnen meestal onder lokale verdoving worden verricht en duren slechts enkele minuten. 

Behandeling baarmoederhalskanker

Gaat het al om kanker, dan zijn bovengenoemde methoden niet ingrijpend genoeg. De behandeling hangt dan af van de fase waarin de ziekte zich bevindt. Ze gebeurt het best in nauwe samenwerking tussen een gynaecoloog voor de operatie, een radiotherapeut voor de eventuele bestraling en een oncoloog voor de eventuele chemotherapie.

  • Gaat het om oppervlakkige en beperkte tumoren en wil je nog kinderen, dan wordt een deel van (conisatie) of de hele baarmoederhals (trachelectomie) weggehaald. Indien nodig, worden ook de lymfeklieren in het kleine bekken verwijderd. Als je na de wegname van de baarmoederhals zwanger wordt, loop je echter een groter risico op een miskraam of vroeggeboorte
    .
  • Wil je geen kinderen meer, dan gaan de baarmoederhals, de baarmoeder en zo nodig ook de lymfeklieren in het kleine bekken eruit. Na de operatie volgt soms nabestraling om plaatselijk achtergebleven kankercellen uit te schakelen. Ofwel een klassieke uitwendige bestraling, of een inwendige bestraling die via de vagina wordt uitgevoerd.
  • Als de diagnose gesteld wordt wanneer de kanker al in een verder gevorderd stadium zit en de tumor zich niet meer beperkt tot de baarmoederhals, dan wordt radiotherapie vaak gecombineerd met (een beperkte dosis) chemotherapie. Dat is de zogenaamde chemoradiatie. Die therapie kan nog gevolgd worden door een operatie waarbij de baarmoederhals, de baarmoeder en de lymfeklieren in het kleine bekken worden uitgehaald.

Verschenen op 2 juli 2014 en aangepast op 21 augustus 2019 met medewerking van Vera De Groof, adviserend-arts

Contacteer ons

Algemene vragen en vragen over jouw ziekteverzekering