Operatie en osteosynthese

 

​Opereren of niet?

Bijna elke breuk die deel uitmaakt van een gewricht of erin uitloopt, moet geopereerd worden. Het gewricht wordt opengemaakt en daarna met plaat en schroef hersteld. Met de bedoeling het gewricht opnieuw zo nauwkeurig mogelijk te laten functioneren.
 
Zit de breuk in een lang pijpbeen van bovenarm, voorarm, dij of onderbeen, dan wordt de stand van de as gecontroleerd. Staat het been scheef of is het om zijn as gedraaid, dan moet het geopereerd worden. Meestal gebeurt de reparatie met een mergverpenning.
 
Sommige eenvoudige breuken moeten alleen in het gips. Bij andere volstaat een afneembare spalk of een stevig verband om alles op zijn plaats te houden tot de breuk genezen is. Bijvoorbeeld voor vingers en tenen.
 

Osteosynthese

Vandaag worden gebroken botten chirurgisch aan elkaar bevestigd tijdens een operatie, zeker als het om grote of complexe breuken gaat. Die techniek heet osteosynthese. Men heeft nu verfijnde technieken en materialen om alle soorten breuken te herstellen. 

Voordelen:

  • De stukken groeien anatomisch veel correcter aan elkaar.
  • Je kan het gebroken lichaamsdeel snel weer gebruiken en ermee bewegen. Je bent gauw weer mobiel en revalideert vlotter. 

Nadelen:

  • De kans op infectie is groter.
  • Het chirurgisch ingrijpen veroorzaakt ook een verwonding. Dit vertraagt de natuurlijke genezing. Als je bijvoorbeeld een gewricht gebroken hebt, dan moet het geopend worden om de stukjes weer juist in elkaar te passen. Daardoor gaat het weer aaneengroeien van het bot wat trager van start. 

Twee technieken:

1. Met platen en schroeven

De brokstukken worden met elkaar verbonden zoals je planken in een meubel aan elkaar zou bevestigen. Die techniek is het meest geschikt voor:

  • kleine beenderen, zoals de handbeentjes
  • gewrichten, zoals de elleboog, schouder, heup, knie of enkel

Al heel snel na de operatie mag je het gebroken lichaamsdeel opnieuw bewegen, maar voorlopig mag je er niet op steunen.

2. Met een pen

De mergpen is de beste techniek voor grote beenderen, zoals die van armen en benen. Dat zijn stevige holle buizen. De gebroken delen worden met elkaar verbonden door een pen in de mergholte te schuiven. Op een gezonde plek in de buurt van de breuk wordt daartoe een opening geboord. Daarna wordt de pen onder beeldschermcontrole op de plaats van de breuk ingebracht.

De chirurg maakt op de plaats van de breuk geen opening, waardoor de natuurlijke genezing er niet in het gedrang komt. Bovendien mag je meteen daarna in veel gevallen wél steunen op dat lidmaat. 

Lichaamsvriendelijk metaal

De gebruikte platen, schroeven en pennen bestaan uit metalen, die in het lichaam geen ongewenste reacties veroorzaken. Een legering van titanium wordt vaak gebruikt, omdat het door het lichaam goed wordt verdragen. Het buigt bijvoorbeeld bijna op dezelfde manier.

Omdat het een glad oppervlak heeft, kan beenweefsel er zich bovendien niet aan vasthechten. Het kan na een jaar gemakkelijk verwijderd worden, maar het mag net zo goed voor altijd blijven zitten. Als je op metaal gecontroleerd wordt in een luchthaven, zal het alarmsignaal soms afgaan. Voor die gevallen kan je eventueel een attest van de dokter vragen. In een NMR-scan veroorzaakt titanium geen echte problemen.

Gips wordt alleen nog gebruikt als bijkomende steun en tegen de pijn. Bijvoorbeeld voor sommige polsbreuken.

Tractie met een katrol en gewichten wordt gebruikt om het lichaamsdeel in de lengte uit te strekken, in de juiste stand te houden en de pijn te verminderen. Door pijn span je jezelf namelijk op. Daardoor trekken je spieren extra hard aan je botten en heb je nog meer pijn. Tractie is meestal een tijdelijke oplossing, bijvoorbeeld wanneer je tijdens het weekend iets breekt en het best wacht tot maandag voor de definitieve behandeling.

 

Verschenen op 10 april 2013 en aangepast op 27 oktober 2017 met medewerking van professor dr Jan Victor, diensthoofd afdeling orthopedie en traumatologie, UZ Gent

Contacteer ons

Algemene vragen en vragen over jouw ziekteverzekering