Soorten borstkanker

​De meeste borstkankers ontstaan in de cellen die de deklaag vormen van de klierbuisjes. Volgens hun uitzicht onder de microscoop worden ze ingedeeld in verschillende types:
  • Ductale borstkanker komt het vaakst voor.
  • Andere types, zoals lobulaire borstkanker, zijn veel zeldzamer.

 

In situ of invasief

  • Carcinoma in situ is een voorstadium van kanker. De afwijkende cellen delen zich al sneller dan normaal, maar het gezwel zit nog helemaal binnen de wand van de klierbuisjes van de borst. Je kan een carcinoma in situ meestal niet zelf voelen, maar hij is zichtbaar op een borstfoto – een mammografie - in de vorm van microverkalkingen, ofwel fijne witte vlekjes. Er bestaan ductale carcinoma in situ of DCIS en lobulaire carcinoma in situ of LCIS. De genezingskans bedraagt 100 procent als de tumor er in dat stadium wordt uitgehaald. Chemotherapie is absoluut niet nodig, maar wel een operatie en meestal bestraling. Je moet je voortaan ook goed laten opvolgen, want je risico op borstkanker is wat vergroot.
  • Een invasieve of infiltrerende tumor heeft de wand van de klierbuisjes wel doorbroken. Dan gaat het al echt om kanker, die ook zo behandeld moet worden.

Kenmerken van borstkankercellen

Borstkankercellen hebben allerlei kenmerken, die mee bepalen welke behandeling de beste is in jouw geval. Tumorweefsel wordt daarom onderzocht op die kenmerken.

  • Goed, matig of weinig gedifferentieerd, ofwel graad 1, 2 of 3.

    • Een goed gedifferentieerde kankercel gedraagt zich nog grotendeels zoals een gezonde cel. Ze deelt zich al sneller dan normaal, maar ze groeit tamelijk traag en heeft niet de neiging om zich dadelijk te verspreiden.
    • Een weinig gedifferentieerde kankercel heeft minder normale kenmerken, groeit sneller en verspreidt zich ook sneller. Hij is dus iets agressiever en gevaarlijker dan een graad 1-tumor.
    • Een matig gedifferentieerde kankercel zit tussen die twee uitersten in. 
  • Hormoonreceptoren

De meeste borsttumoren hebben receptoren voor de vrouwelijke hormonen oestrogeen en/of progesteron. Dat zijn eiwitten waarop die vrouwelijke hormonen zich vastklikken. Die hormonen helpen de tumor groeien.

Andere hormoonreceptoren: Soms is ook de androgeenreceptor aanwezig. Androgenen zijn mannelijke hormonen. Ook vrouwen hebben mannelijke hormonen, maar minder dan mannen. De juiste rol van de androgeenreceptor en andere hormoonreceptoren wordt nog onderzocht.

  • Genetische kenmerken

Her2-receptoren. Het HER2/neu-gen is bij 1 op 8 borstkankers overmatig aanwezig. Die borstkankercellen maken dan veel meer Her-2 receptoren dan borstkankercellen die deze eigenschap niet hebben. Daardoor kan de kanker ook sneller groeien en zich sneller verspreiden.

Afgekort:

  • ER+ : met oestrogeenreceptoren
  • PR+ : met progesteronreceptoren
  • HER2+ : met Her2/neu
  • triple-positief: alle drie de voorgaande kenmerken
  • triple-negatief: met geen enkele van die kenmerken. Sommige daarvan hebben echter wel andere receptoren, zoals de androgeen-receptor.

Verschenen op 22 september 2015 met medewerking van professor Patrick Neven, dienst gynaecologie, UZ Leuven.

Contacteer ons

Algemene vragen en vragen over jouw ziekteverzekering