Medische onderzoeken bij rugpijn

De huisarts onderzoekt in de eerste plaats of je rugpijn ernstig is en of je extra onderzoeken nodig hebt. Eventueel word je doorverwezen naar een specialist. 

Bij de huisarts

​Veel consultaties voor rugpijn

Vijf procent van de patiënten in de huisartsenpraktijk komt voor lage rugpijn. Het is een van de vaakst gehoorde klachten bij huisartsen. De meeste van die rugpijnen zijn vrij onschuldig en binnen zes weken of anderhalve maand weer weg. Meestal zijn ze het gevolg van een overbelasting van spieren, ligamenten of tussenwervelschijven. Een klein aandeel van de mensen met rugpijn heeft ernstige klachten die specifiek behandeld moeten worden. Hieronder vallen de discushernia, facetartrose en scoliose.

Verloop van een consultatie  

De huisarts spoort in de eerste plaats op of je onschuldige of ernstige rugpijn hebt. Hij stelt vragen en onderzoekt je ook lichamelijk om meer duidelijkheid te krijgen.  

1. Vraaggesprek

Je krijgt vragen over je opleiding, medische en familiale voorgeschiedenis. Hij vraagt ook of je bepaalde symptomen vertoont die wijzen op een ernstige aandoening zoals plots vermageren, problemen met plassen of uitstralingen in je benen. Voorbeeldvragen:

Persoonlijke vragen
  • Wat is je leeftijd?
  • Welke opleiding heb je gevolgd en welk beroep oefen je uit?
  • In welke omstandigheden voor je dit beroep uit, welke handelingen moet je precies uitvoeren?
  • Hoe lang oefen je dit beroep al uit?/Hoe lang heb je het beroep uitgeoefend?
Medische voorgeschiedenis
  • Heb je al eens last gehad van rugklachten en wat was dan de oorzaak, behandeling en uiteindelijke afloop?
  • Heb je al een van volgende aandoeningen gehad: ziekte die behoort tot de interne geneeskunde of een oogaandoening?
  • Heb je ooit bepaalde behandelingen ondergaan? Waren deze conservatief of heelkundig (operaties)?
  • Heb je eventueel resultaten meegebracht van onderzoeken i.v.m. met je rug?
  • Heb je ooit bepaalde medicatie genomen?
  • Neem je op dit moment medicatie?
Familiale voorgeschiedenis
  • Zijn er personen in je familie die rugklachten hebben gehad, die rugoperaties hebben ondergaan of die lijden aan een inflammatoire aandoening (reumatische aandoening)?
Navraag over klachten
  • Hoe is de rugpijn ontstaan? Was je iets aan het doen?
  • Heb je nog andere klachten die samen met de rugpijn of tijdens de periode van de rugpijn zijn ontstaan zoals: gewrichtszwellingen, roodheid, pijn aan de handen en/of voeten of aan andere gewrichten?
  • Wanneer treedt de rugpijn op? Gebeurt dit als gevolg van een bepaalde beweging: heffen of tillen, lang stilzitten, lang rechtstaan,…?
  • Heb je ’s nachts last van rugpijn? Word je wakker van deze pijn?
  • Heb je last van ochtendstijfheid? Zo ja, hoe lang duurt deze ochtendstijfheid?
  • Geeft hoesten, niezen of persen extra rugpijn?
  • Hoe voelt de rugpijn aan? Is dit een dof gevoel, stekende pijn of brandend gevoel?
  • Waar heb je pijn? Is deze pijn bandvormig, sterk gelokaliseerd of straalt de pijn uit? Tot waar straalt deze dan uit?
  • Heb je last van: tintelingen, een slapend gevoel, krachtsvermindering, doorzakking, instabiliteit, problemen met incontinentie,…?

2. Lichamelijk onderzoek

Na het vraaggesprek test je huisarts een aantal zaken om te weten te komen waar de rugpijn vandaan komt:

  • de algemene beweeglijkheid van je wervelkolom, bekken en benen
  • je spierkracht
  • je gevoel en reflexen
  • specifieke pijnpunten door er druk op uit te oefenen, of door je bepaalde bewegingen te laten uitvoeren, waardoor de pijn kan uitgelokt worden
  • je gewicht en lengte of BMI

3. Conclusie   

Op het einde van het spreekuur bespreekt je huisarts samen met jou zijn bevindingen. Op basis hiervan stelt hij een behandeling voor. Het is ook mogelijk dat hij jou doorverwijst voor bijkomende onderzoeken of naar specialisten.

 

Extra onderzoeken

​De huisarts kan extra onderzoeken voorschrijven als hij een ernstigere oorzaak van je rugpijn vermoedt. Onderstaande onderzoeken worden voorgeschreven indien nodig.

Röntgenfoto

Een Röntgenfoto of RX moet je bij een radioloog laten nemen op vraag van je huisarts. Je huisarts verwijst je door wanneer hij een onderliggende oorzaak vermoedt die door dit onderzoek zichtbaar kan worden gemaakt.

MRI of NMR

Dit wordt afgenomen door een (geneesheer-) radioloog. Deze techniek is goed om afwijkingen in de tussenwervelschijven zoals een discushernia en zenuwbeknelling in beeld te brengen.

CT-scan

Een CT-scan wordt ook afgenomen door een (geneesheer-) radioloog. Een CT-scan geeft goede resultaten voor het in beeld brengen van afwijkingen in de wervels en tussenwervelschijven.

Bloedanalyse  

Een bloedanalyse wordt afgenomen in een erkend labo op vraag van je huisarts wanneer het onderzoek in de richting van een ontsteking wijst. Met een bloedonderzoek controleert de huisarts de inflammatoire parameters, dit zijn bepalingen in het bloed die kunnen wijzen op een ontsteking.

EMG of elektromyografie

Dit wordt afgenomen door een (geneesheer-) fysiotherapeut of neuroloog wanneer men een zenuwknelling vreest. Een EMG test de functie van de zenuwen via de spieren. Wanneer je spieren verminderd zijn in minder kracht hebben of niet reageren op een impuls, duidt dit op een verminderde werking van de zenuw die impulsen geeft aan deze spier.

Botscan of scintigrafie

Dit onderzoek wordt uitgevoerd door een (geneesheer-) isotopist. Wanneer je een botscan moet ondergaan, wordt er een radioactieve stof in je bloedsomloop gespoten. Deze stof wordt opgenomen door het skelet. De stof markeert o.a. de plaatsen waar er verhoogde botactiviteit is. Op die manier worden ontstekingen in een gewricht, botbreuken en tumoren opgespoord.

 

 

Verschenen op 1 december 2010 met medewerking van de medische directie van het Nationaal Verbond van Socialistische Mutualiteiten. Nagelezen op 19 september 2014 door dr. Vera De Groof, adviserend geneesheer NVSM.

Contacteer ons

Algemene vragen en vragen over jouw ziekteverzekering

Online advies

Voor al jouw vragen over gezondheid en welzijn.